De eerste keer dat…

Na ongeveer (weetje: één van de vele Chinese vertalingen voor ‘ongeveer’ is 左右 oftewel ‘linksrechts’) een half jaar Taiwan zou je kunnen verwachten dat de ‘eerste keren’ zo langzaamaan opdrogen. Voor mijn gevoel is niets echter minder waar. Wat overigens gelukkig inmiddels wel weer opgedroogd is, is het weer. Het begint hier eindelijk weer droog en behaaglijk te worden, maar dat terzijde.

Na een half jaar was daar voor ons de eerste ‘vakantie naar Nederland’. Floris telde met zijn aftelkalender de nachtjes slapen af en wij telden stiekem wel een beetje mee. In Nederland voelde het vertrouwd, gezellig, druk en toch ook wel wat koud. Twee weken zijn natuurlijk veel te kort om iedereen weer te zien en bij te praten, maar we hebben toch genoeg Nederland opgesnoven om er weer een tijdje tegenaan te kunnen! De kruidnoten (dit jaar kwam het ons wel goed uit dat die zo belachelijk vroeg in de winkels liggen!), stroopwafels en hagelslag die mee zijn gegaan in onze koffers helpen daar ook goed bij.

Voor Floris is het niet meer nodig om Nederlandse lekkernijen mee terug naar Taiwan te nemen. De eerste keer dat ik hem in het Chinees om koekjes hoorde vragen heeft inmiddels plaatsgevonden en er volgden nog vele keren daarna. Omdat de Taiwanezen het maar al te schattig vinden dat dat blonde jongetje Chinees praat, heeft zijn vraag ook vaak het beoogde resultaat. En leg dan nog maar eens uit dat we toch echt eerst gaan eten voordat die hele zak met koekjes/chips/popcorn aangebroken wordt!

Dat mijn eigen Chinees gelukkig ook weer een stuk vooruit is gegaan bleek uit de eerste keer dat ik een Chinese winkeleigenares beter begreep in het Chinees dan in het Engels. Ze bleef maar herhalen wat de prijs van mijn lunch was, totdat ze in de gaten kreeg dat ik haar niet verstond… En ze van Chinengels overging op Chinees en ik haar wel begreep.

Een eerste keer in de categorie ‘taal’ die ik nooit heb zien aankomen was het vertalen van een woord van het Frans naar het Chinees. Het is voor mij toch wel een verrassing hoe veel mensen nog steeds geen Engels spreken, ook jongeren niet. Daardoor voer ik bijna geen enkel gesprek in één taal en vaak ook wordt een gesprek een soort van kringgesprek: iemand begint in een bepaalde taal en totdat iedereen begrijpt wat er bedoeld wordt, zijn we zo’n vier talen verder. Het valt me op dat ik de neiging heb om woorden die ik in het Chinees niet weet, in het Spaans te zeggen. Blijkbaar zit de taal die ik voor ik naar Taiwan kwam als laatste geleerd heb, toch nog ergens vooraan in mijn geheugen!

Naast taal leer ik op de universiteit ook andere dingen. Vorig kwartaal was dat kalligraferen, dit kwartaal heb ik gekozen voor ‘Chinese painting’. Ondanks dat ik geen talent heb voor schilderen, is het leuk om te zien dat je met de juiste instructies toch best wat leuks op papier kunt zetten. Mijn leraar (= 老師 = laoshi) is een man van in de 80, een bijzonder vreemde man met een groot talent. Wanneer je googelt op ‘張志強 國畫’ vind je een aantal foto’s en filmpjes van zijn werk. De eerste keer ‘Chinese bloemetjes’ schilderen gaf bij mij het resultaat op de foto rechts.

Komende week staat voor mij in het teken van de ‘midterm exams’. Braaf studeren dus nu, want ik wil de eerste keer dat ik een test niet haal graag voorkomen!

 

Transport: ik word een Taiwanees!

Ok. Ik heb het even volgehouden. Op de fiets van huis naar de universiteit, van de universiteit naar school en opvang, en van de opvang weer naar huis. In de volle zon en met gevoelstemperaturen van 40 graden. Of in de stromende regen, met nog steeds tropische temperaturen. Ja, ik heb nog steeds mijn mooie roze regencape. En ja, ik heb inmiddels ook een paraplu die vaker als parasol dient dan als paraplu. Ik vond dat er overigens altijd een beetje overdreven uitzien, mensen met parasols. Maar inmiddels heb ik mijn mening bijgesteld en weet ik dat het bittere noodzaak is als je het einde van de dag wil halen.

Maar nu de bekentenis: ik verlang naar een scooter. Gewoon, omdat ik dan niet meer hoef te onthouden dat de eerste versnelling van mijn fiets het eigenlijk niet echt meer doet en dat op de trappers gaan staan daardoor pijnlijke gevolgen kan hebben. Gewoon, omdat ik dan niet elke keer volledig bezweet op de plaats van bestemming aankom. Gewoon, omdat het me zoveel tijd gaat schelen, die ik dan kan stoppen in het leren van dat steeds ingewikkelder wordende Chinees. Gewoon, omdat ze hier zo veel keuze hebben in leuke scooters (en helmen!). Gewoon…

Word ik langzaam een local? Ben ik dan nu beland in de derde fase waar ik eerder over schreef, de aanpassing/langzame acceptatie? Mijn geweten protesteert echter. Het stinkt hier al zo erg, er zijn al zo veel scooters. Bovendien heb ik laatst ook weer een primeur meegemaakt: voor het eerst assisteren bij een scooterongeluk (gelukkig zonder zwaargewonden). Die ongelukken zie je hier helaas maar al te vaak.

Gelukkig hebben we inmiddels de oplossing gekocht die mijn geweten ook accepteert: een elektrische scooter! En omdat ‘ie roze is (mijn veto, tenslotte ben ik degene die er het meest op zal rijden), heb ik Wouter een anti-scratch hoes oftewel verstop-het roze-kleedje cadeau gedaan. Zo kan hij zich toch nog een beetje man voelen op deze scooter, hoewel het de mannen hier weinig uit lijkt te maken welke kleur hun scooter heeft.

De scooter zelf is van het merk Gogoro, een Taiwanees merk dat sinds 2011 aan de weg timmert op het gebied van elektrische scooters. En dat doen ze lang niet onverdienstelijk: in 2015 brachten ze hun eerste scooter op de markt, momenteel zijn ze marktleider in Taiwan op het gebied van elektrische scooters.

Gogoro hoesOmdat ik mezelf op een scooter nog niet erg vertrouw, zijn we ook op zoek gegaan naar een goede helm. Dat blijkt nogal een opgave: helmen zijn hier vooral een fashion-item, veiligheid komt pas op de tweede plek. Voor twee tientjes koop je bij de Carrefour (of zoals ze hier zeggen: 家樂福; Jialefu) een plastic bakje voor op je hoofd. Uiteindelijk hebben we met de hulp van onze lieve appartementsdames een acceptabele winkel gevonden en drie helmen gekocht/besteld. De fabrieken zijn hard aan het werk geweest om al onze bestellingen op te leveren, dus binnenkort zoeven wij vrolijk rond! Oh ja, nog wel even dat rijbewijs halen…

 

Hij komt, hij komt… niet!

Ken je die spanning tijdens een voetbalwedstrijd? Een dribbel, een mooie voorzet, een omhaal… Naast. Helaas. Weg spanning. Nou, dat kennen ze hier ook, maar dan met typhoons (颱風). Hij komt, let op, voorzichtig, bind je spullen vast, kom niet naar de universiteit, leg een voorraad eten en drinken aan… O nee wacht. Koers veranderd, niets aan de hand.

Overigens: een typhoon = een cycloon = een orkaan. Welke naam het verschijnsel krijgt, hangt af van waar de storm ontstaat: typhoon → Stille Oceaan, cycloon → Indische Oceaan, orkaan → Caribisch gebied. Een typhoon begint als een onweersbui, groeit uit tot een tropische storm en wanneer de windsnelheden boven de 117 km/h uitkomen, wordt gesproken van een typhoon.

Ik moet bekennen dat ik heel nieuwsgierig ben naar dit natuurfenomeen en het dus graag een keer mee wil maken. Wellicht niet zo’n veilige wens, maar toch. Het lijkt me zo indrukwekkend om te zien wat de natuur allemaal kan veroorzaken! Maar een typhoon is niet iets om licht over te denken. Er vallen regelmatig doden en de schade is vaak groot. De waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen zijn er dus niet voor niets.

Iedere Taiwanees is gewend aan typhoons, zoals wij Nederlanders gewend zijn aan leven onder de zeespiegel. Met dit grote verschil dat overstromingen in Nederland gelukkig een zeldzaamheid zijn geworden, terwijl een typhoon hier toch echt een aantal keer per jaar langskomt. Een paar weken geleden was het typhoon Danas (die Taiwan uiteindelijk net niet bereikte), afgelopen week kwam Lekima. Ook Krosa is aan het razen, maar omdat vanaf het begin duidelijk was dat zij niet bij Taiwan in de buurt zou komen, hoor je er hier nauwelijks iets over.

Lekima raasde uiteindelijk over het noordoosten van Taiwan en zorgde daar voor stroomuitval en twee doden. Al kun je je afvragen in hoeverre Lekima ‘ schuldig’ was aan het overlijden: één slachtoffer viel uit een boom, terwijl hij uit voorzorg tegen Lekima de takken aan het kortwieken was. Het tweede slachtoffer werd in haar slaap bedolven onder een kledingrek vol kleding, door een aardbeving die plaatsvond ten tijde van de typhoon.

Lekima is inmiddels vertrokken naar China en heeft daar al voor minimaal 30 doden gezorgd. Onschuldig is ze dus zeker niet! In Tainan was er nauwelijks iets te merken van Danas of Lekima. Het waaide iets harder, maar de windsnelheden zouden zelfs voor Nederland nog niet ongewoon zijn. En dus gaat het leven hier gewoon door, noemt iemand nog terloops het ‘kleine aardbevinkje’ van deze week en dat is het. Maar typhoonmaand augustus is nog niet voorbij, dus wie weet wat ons nog te wachten staat…

Het eten is klaar!

Taiwan staat bekend om haar lekkere gerechten. Maar ze hebben hier óók veel delicatessen die ik liever maar één keer eet. Gewoon, om te kunnen zeggen dat ik het gegeten heb. Denk aan rijstcake van varkensbloed, kippenpoten (ja, echt de poten inclusief zwemvliezen), of de befaamde stinky tofu. Er zijn genoeg andere lekkernijen om uit te kiezen die toch wat dichter bij mijn westerse voorkeuren liggen. Maar ja, hoe te bestellen met mijn vocabulaire na slechts drie weken Chinese les?

Eén van de manieren blijkt het volgen van het keuzevak ‘conversatie’. In les 1 heb ik geleerd mijn drankjes in het Chinees te bestellen, na les 2 kan ik eindelijk ook wat eetgerelateerde woorden herkennen. Ik weet nu waar ik naar moet zoeken om kip of rund op mijn bord te krijgen. Zie hieronder mijn schrijfhuiswerk. Eén portie stinky tofu voor degene die me vertelt wat ik daar besteld heb!

Een tweede manier is eten online bestellen. Dit levert wisselende resultaten. Na wat gehannes met google translate rolt er meestal wel een bestelling uit, maar de kwaliteit hiervan wisselt tot nu toe nogal. Soms is het heerlijk, soms missen er delen van de bestelling, soms eindigen we met een kleffe hap. Uber Eats geeft als internationale organisatie de leukste screenshots: ‘Bedankt voor je bestelling, 伊琳’ (Yi Lin). Jawel, ik heb een nieuwe Taiwanese identiteit. Onmisbaar voor wie hier online iets wil bestellen.

De meeste locals gaan hier voor manier drie: onderweg naar huis wat afhalen bij één van de vele winkeltjes, stalletjes en marktjes. Rondom mijn universiteit is veel lekkers te vinden, dus doe ik voor mijn lunch inmiddels hetzelfde. Samen met mijn nieuwe Indonesische vriendin haal ik een ‘biandang’ (lunchbox) gevuld met groente, kip en rijst. Kosten: omgerekend 1,60 euro.

Het enige probleem tot nu toe is de timing van het avondeten. Voordat mijn lessen begonnen, had ik tijd zat om te koken. Nu haal ik dat vaak niet meer. Ook eten halen onderweg zit er niet in: met drie personen en twee tassen op de fiets past er niet ook nog een tas met eten bij. Wat ik nu dus maar doe: eten meenemen van één van de stalletjes rondom de universiteit en dat later opwarmen of gewoon koud opeten. Met de temperaturen hier is een warme maaltijd zeker niet altijd nodig en bovendien hebben we alle vier ’s middags ook al warm gegeten.

Onze vaardigheden qua eten gaan in elk geval met sprongen vooruit. Zo kunnen we inmiddels werkelijk alles met stokjes eten, van de kleinste korreltjes rijst tot frites. Ook leert Floris op school de belangrijke (weliswaar Japanse) basisvaardigheid ‘sushi rollen’. Dat zal van pas gaan komen als hij over een paar jaar voor ons gaat koken!

 

Konnichiwa!

Wanneer je eindelijk een paar woorden begint te herkennen. Floris netjes ‘xiexie’ zegt als hij een koekje krijgt. Je niet meer glazig hoeft te kijken bij het afrekenen, omdat je bedragen inmiddels aardig verstaat. Dan is het hoog tijd voor een nieuwe onbekende taal. Hallo Japan!

Nee, we gaan niet weer verhuizen, we hebben onze eerste vakantie achter de rug. En aangezien Japan al heel lang op mijn verlanglijstje stond, heb ik nu mijn kans gegrepen. Opeens is Japan ‘om de hoek’ en is een ticket zo geboekt. Overigens vinden de Olympische spelen in 2020 ook in Japan plaats en begint over 2 dagen de (internationale) kaartverkoop, dus mijn alarmen zijn gezet. Hoe, met wie, etc. is een latere zorg zullen we maar zeggen. Hier wil ik, zeker na de fantastische ervaringen in Londen, naar toe!

Japan dus. Ik had torenhoge verwachtingen. Wellicht had ik Japan wat opgehemeld door het zo lang op mijn verlanglijstje te laten wachten. Of had ik het in mijn hoofd nog mooier gemaakt door alle enthousiaste verhalen van mensen die er al geweest waren. Mooi was het zeker, zonder twijfel. Maar of ik nou overdonderd was door het land als geheel? Nee. En dat komt zeker ook doordat we nu in Taiwan wonen besef ik.

Wat ik erg indrukwekkend vond, was de natuur. Die hebben we dan ook uitgebreid (en met één à twee kinderen op de rug) bewonderd. Zelfs buiten het seizoen vind je hier en daar nog kersenbloesem. Ook apen kom je overal tegen en in Nara natuurlijk de herten. Ik had overigens nog nooit van Nara gehoord, totdat ik vlak voor onze vakantie toevallig dit las.

Ook het eten is in Japan vaak van grote schoonheid. We hebben een aantal keer in een traditionele ryokan geslapen en in één daarvan ook gegeten. Wat je dan geserveerd krijgt, vaak in je eigen kamer, ziet er indrukwekkend uit! Maar ik moet bekennen: de smaak viel me soms wat tegen en na een aantal dagen begint het toch op te vallen dat de variatie niet erg groot is.

Buiten de deur eten was een uitdaging, omdat lastig te zien was wat er zich achter de ‘gordijnen’ van een restaurant bevond. Zowel qua eten als qua kinderstoelen. Zo bleef het elke keer een grote verrassing en hebben we zowel top als flop ervaren.

Japans dinerQua cultuur had ik meer verwacht van Japan. Zeker, de kastelen zijn erg indrukwekkend en de treinen ook. Maar de vriendelijkheid waar Japanners om bekend staan valt voor mij in het niet bij de vriendelijkheid van de gemiddelde Taiwanees. En de Japanse tempels zijn ook heus heel mooi. Maar onze lat ligt inmiddels hoog: in Tainan staan meer dan 1.600 officieel geregistreerde tempels in alle soorten en maten, dus je moet van goeden huize/tempel komen om mij nog te imponeren!

Maar wat voor mij de echte cultuurshock was: Japanners en het V-teken op foto’s. Ik wist dat ze het doen, maar dat het echt overal en altijd gebeurt was nieuw voor mij. Zie de voorbeelden hieronder. De setting: de Mishima skywalk, een reusachtige hangbrug over een mooi groen dal waarop je bij goed weer Mt. Fuji kunt zien. Wat doet een Japanner hier? Op de foto, met V-teken, met een hartvormige bloemenkrans. En dan snel door naar de rij bij spot nummer twee, om op de foto te gaan, met V-teken, met de skywalk. Waarom?!

Inmiddels zijn we weer thuis in Taiwan. Het huis voelt inmiddels al echt als thuis, al moeten er nog wel wat dingetjes aan gebeuren. Maar ja, is dat niet in elk thuis het geval? Binnenkort beginnen mijn taallessen eindelijk. En daar kijk ik erg naar uit, want het tripje naar Japan doet me weer extra beseffen hoe zat ik het ben om hele dagen thuis te zitten en maar beperkt dingen te kunnen ondernemen. Schoolbank, ik kom er aan!

Een beeld zegt meer dan 1000 woorden

Ondanks het feit dat ik van schrijven houd, deze keer toch een beeldverhaal. Het cliché is hier namelijk zeker waar: soms zegt een beeld meer dan duizend woorden. En omdat ik het toch niet helemaal laten kan, toch bij elke fotoserie een klein verhaal!

De eerste serie hoort bij het -inmiddels bekende- thema transport. Een selfie met de twee mannen op de fiets in het drukke verkeer is een onmogelijke opgave. Daarom maar een iets minder uitdagend alternatief: wat vervoert mijn fiets zoal nog meer? 5 Broden bijvoorbeeld (met voor de kenner wat sluikreclame voor House of Einstein), of ‘potgrond universeel’ (ja, het staat er echt!) en een plant. Wanneer ik geen bagage heb, gebruik ik liever de oude fiets van mijn vader, die in Tainan aan z’n derde leven begonnen is (die fiets dan he). Op de foto staat ‘ie in de ‘fietsenstalling’. Zo ziet het er hier op een mooie dag uit bij het strand. Want, zoals gezegd: fietsen doe je hier niet en op het strand liggen al helemaal niet!

Verder zie je hier nog wat een Taiwanees zoal meeneemt op zijn/haar scooter/fiets: alles. Zo gek ben ik dus nog niet. Dat ‘alles’ is overigens vaak gescheiden afval, dus óf karton, óf plastic, enzovoort. Deze variant met karton én een monitor is dus wel bijzonder!

Tenslotte nog een illustratie van hoe betaald parkeren hier geregeld is. Je kunt er geen bekeuring voor krijgen, al was dat wel het eerste waar Wouter aan dacht bij het zien van zijn eerste bonnetje achter de ruitenwisser. Maar je parkeert hier je auto en vervolgens stempelt een heer of dame elk uur je bonnetje af. Dat neem je binnen een aantal dagen mee naar de convenience store om te betalen. Klaar is Kees!

In het thema decoratie: Taiwanezen houden van versiering, kitsch, schreeuwerigheid. Soms pakt dat leuk uit: vrijwel elk elektriciteitskastje is voorzien van een kleurrijke beschildering of reclame. Ook mijn koffie ziet er regelmatig behoorlijk kunstig uit. Voordeuren en etalages zijn eveneens een plek om je uit te leven. Om de één of andere reden verdwijnt de winter/kerst hier nooit helemaal uit het straatbeeld. Sneeuw? In mei? In Tainan?

Bij diverse vieringen heb ik ronde borden met bloemen en spreuken zien staan. Ik ben nieuwsgierig wat de betekenis hiervan is, maar daar ben ik helaas nog niet achter…

En dan tenslotte nog de bonuscategorie ‘je hoort er hier echt bij, als…’ Met veel dank aan een superlieve Taiwanese dame voor alle vertalingen hebben Floris en Felix nu hun eigen Taiwanese versie van het consultatiebureauboekje. Inclusief inentingsoverzicht en in het geval van Floris zelfs al de eerste twee inentingen. Die superlieve dame bleek ik al eerder ontmoet te hebben bij een Paasactiviteit, wat een toeval in deze miljoenenstad!

Op 28 mei ontving ik een heuse ‘presidentiële melding’ op mijn telefoon. Nou, dan hoor je erbij hoor! Ik las het zelfs op nu.nl, dit was de militaire oefening vanwege het conflict tussen China en de ‘afvallige provincie’ Taiwan. Een half uur lang werd elke Taiwanees geacht binnen te blijven en te schuilen voor de fictieve Chinese aanval. Indrukwekkend hoe stil het op straat was!

En jawel, om af te sluiten met een lang verwachte ontknoping: het spoelglansmiddel bleek gewoon uitverkocht bij de Carrefour. Schoonmama heeft dus voor niks een koffer vol verscheept!

Tropisch Taiwan & rare regencapes

“Taiwan heeft een tropisch klimaat.” Ik graaf diep in mijn geheugen naar wat ik hierover geleerd heb in de aardrijkskundeles, maar aangezien ik deze kennis de afgelopen twintig jaar niet nodig heb gehad, komt er niks bovendrijven. Ja natuurlijk, het is warm en het kan hard regenen, maar verder? Inmiddels ken ik ook de mening van een aantal Taiwanezen én van een aantal reisbureaus. Grappig hoe dat, samen met mijn eigen 2,5 maand praktijkervaring, leidt tot 4 verschillende opvattingen over het Taiwanese klimaat.

De theorie

Voor wie net als ik niet precies weet wat een tropisch klimaat is, volgt hier een klein beetje theorie. De meest gebruikte klimaatindeling is die van de Duitser Köppen. Volgens deze indeling heeft Taiwan een maritiem klimaat (net zoals Nederland overigens). Een interessante ontdekking, aangezien verder heel internet beweert dat Taiwan een tropisch klimaat heeft. De definitie van een tropisch klimaat: de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C. Hier wringt de schoen: de gemiddelde temperatuur in januari is hier ‘slechts’ 17 °C.

Taiwan heeft dus een maritiem klimaat. En dat betekent: de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan −3 °C en niet hoger dan 18 °C; de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C. Dat laatste klopt zeker!

Het reisbureau

Het maakt niet uit welke website je erop naslaat; Taiwan heeft volgens de reisbureaus een tropisch klimaat. (Dit vond ik overigens de leukste omschrijving- ik zal het betreffende reisbureau niet noemen, maar erg snugger lijken ze hier niet: “Taiwan heeft een tropisch zeeklimaat met het hele jaar regen. De temperaturen zijn subtropisch en kunnen in de zomer flink oplopen.” Een ‘tropisch zeeklimaat’ zou een combinatie zijn van de twee hierboven genoemde klimaten, oftewel ‘de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C’ en ‘de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is (…) niet hoger dan 18 °C’. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand moet dus precies 18 °C zijn. Alleen dán heerst er een ‘tropisch zeeklimaat’).

De reisbureaus zijn erg eensgezind over wanneer de beste reistijd is: oktober en november. Niet te hoge temperaturen, niet te veel regen, weinig kans op typhoons.

De Taiwanezen

Taiwanezen vinden zichzelf lui. Ik heb de neiging het daar mee eens te zijn, maar inmiddels begrijp ik wel beter waarom ze zo gehecht zijn aan hun ‘snelle’ vervoer per auto of scooter. Er bestaat een relatie met het klimaat: het is hier al gauw te warm en/of te nat om je lopend of met de fiets te verplaatsen. Onze receptiedame ‘haat’ mei en juni omdat het dan volgens haar alleen maar regent. Wouter’s collega’s reageren, wanneer hij zegt dat het mooi weer is, steevast met ‘Ja, maar komende week gaat het hard regenen’.

Mijn eigen ervaring

Ik ben nog steeds erg blij dat onze fietsen hier gearriveerd zijn en gebruik ze dan ook veelvuldig. En ja, dat is warm. Zeker wanneer je de hele stad doorfietst. Dat duurt ook erg lang, gezien het grote aantal verkeerslichten dat je onderweg tegenkomt. Het wachten in de volle zon maakt het nog net een tandje warmer. Taiwanezen begrijpen er niks van, maar voor mij is dit nog steeds dé manier om de stad beter te leren kennen. Google maps begrijpt het overigens ook niet: je kunt hier überhaupt geen routesuggesties voor de fiets krijgen.

Warm is het hier dus zeker. Nat gaat het vast nog Regencapeworden. Maar tot nu toe valt me dat erg mee. Ja, er valt wel eens een buitje. Maar het is hier sowieso zo vochtig, dat het verschil tussen droog en regen nauwelijks opvalt. Ik heb tot nu toe pas één keer een verkeerde inschatting gemaakt, wat resulteerde in een nat pak en tot mijn enkels door de plassen waden toen ik even aan de overkant van onze straat naar de supermarkt ging. Inmiddels ben ik hierop voorbereid: ik heb dezelfde mooie regencape als alle andere Taiwanezen. Enorm groot, al heb ik ‘m zelfs nog een maat kleiner gekocht dan de verpakking me aanraadde. Ook Floris heeft al kennisgemaakt met zijn oversized cape, toen hij er enthousiast in rond wilde rennen en vol voorover viel. Maar wij blijven vanaf nu droog!

 

Back to school!

Langzaam maar zeker begint er ritme en structuur te komen in ons Taiwanese leven en zijn we niet meer de hele dag bezig met het regelen van de meest onbenullige zaken (hoe ontstop je hier het afvoerputje?). Felix heeft het enorm naar zijn zin op de opvang, geniet van het lokale eten en groeit hard uit zijn kleren en luiers. Van Floris’ juf heb ik inmiddels het eerste opgenomen bericht ontvangen waarin hij Chinees spreekt. Wouter is naar het nieuwe ASML-kantoor verhuisd, inclusief flexwerkconcept maar mét inflexibele eigen ‘managersparkeerplek’.

ToelatingTijd dus voor mij om nieuwe dagbestedingen te zoeken! De eerste stap is gezet: ik heb me ingeschreven bij de lokale universiteit en ga vanaf eind juni 20 uur per week Chinees leren. Met die 1,5 uur per week die we nu via ASML krijgen, ga ik het hier niet redden! De officiële ‘admittance letter’ volgt nog per post, maar de digitale bevestiging is inmiddels binnen. Net als het formulier om me in te schrijven voor een ‘dorm’. Lastige keuze, blijf ik in ons fijne appartement of verhuis ik naar een shared room…

De keuze om Chinees te gaan leren en niet hard te zoeken naar een baan heb ik overigens weloverwogen gemaakt. Hier in Tainan zijn internationale bedrijven lastig te vinden, daarvoor moet je echt in Taipei zijn. Daar heb ik wel een aantal interessante vacatures langs zien komen, maar de reistijd bedraagt al gauw 4 uur (oftewel 8 uur per dag). Dat gaat me (letterlijk) wat te ver! Bovendien ben ik waarschijnlijk geen aantrekkelijke kandidaat, omdat de kans groot is dat ik binnen afzienbare tijd weer vertrek. Tel daar nog bij op dat ik nog wat andere ambities en plannen heb, er nog steeds van alles te regelen is en ik ook de luxe heb dat ik niet hóef te werken. En dan is er nog mijn liefde voor taal, kortom: dit lijkt me voor nu een wijs besluit.

Om me dan ook vanaf nu als een niet werkende expat-vrouw te gaan gedragen, heb ik meteen maar een afspraak bij de kapper laten maken. Met de nadruk op ‘laten’ natuurlijk. Want zo doe je dat (of was het toch omdat je hier echt nergens komt zonder Chinees?). Ik ben benieuwd wat de ‘hair designer’ ervan gaat maken!

 

Opschudding en opwinding!

Voor alles is een eerste keer en aan eerste keren hier geen gebrek. Sommige eerste keren zijn noodzakelijk, niet bijster spannend of gewoon leuk (eerste keer met de bus, eerste keer een taxi bestellen met de taxi-app die volledig in het Chinees werkt, eerste keer naar de night market, of voor het eerst je parkeergeld betalen in een seven-eleven). Andere eerste keren blijven me echter wat langer bij!

Zo was daar de eerste keer in het ziekenhuis. Felix kreeg door onze onoplettendheid de primeur. De medewerkers hier in het appartementencomplex blijven onverminderd behulpzaam. Dat zorgt echter ook af en toe voor onverwachte situaties. Toen wij voor de deur met z’n allen uit een taxi stapten, schoot een medewerker ons te hulp. Tassen en kinderen uitladen, kinderwagen in elkaar zetten, rijden maar. Iedereen deed iets nuttigs, maar niemand controleerde of de riempjes van de kinderwagen vast zaten. Daar kwamen we vervolgens snel achter, doordat Felix ontsnapte en voorover op de stenen vloer viel. Het leek mee te vallen, maar op zijn voorhoofd groeide een enorme bult. Dus toch voor de zekerheid een ziekenhuis gezocht. Ook hierin kregen we hulp, dus het ziekenhuis was zo gevonden. Het bleek bij binnenkomst echter compleet verlaten… Is iedereen in Taiwan in het weekend gezond?!

De eerste hulp bleek in een ander gebouw te zijn. Daar werden we vriendelijk ontvangen en bijgestaan door behulpzame dames. Na controle bleek er gelukkig inderdaad niets aan de hand met Felix. Met een hoop andere mensen was overigens wel wat aan de hand. In de ruimte waar wij wachtten was het een komen en gaan van mensen met kwalen, met eigen transport of vanuit de ziekenauto. Het behandelsysteem ontging me een beetje: wij werden gelukkig redelijk snel geholpen, maar er heeft ook de hele tijd dat wij binnen waren een man met bebloed verband op een bedje in de hoek gelegen. ‘Kijk mama, die meneer ligt lekker te slapen,’ zei Floris.

IMG_0279

Thuis bleek dat er ook wat besmettelijke kwalen waren in het ziekenhuis; de dag na ons bezoek beleefde ik mijn eerste keer ‘ziek zijn in Taiwan’. Op zich niet heel spannend, ware het niet dat ik in mijn bed ruw gewekt werd door nog een andere ‘eerste keer’: een aardbeving! Ok, dit was geen echte eerste keer, maar ik vond het wel indrukwekkend. De ramen trilden, ik golfde in bed heen en weer. Toen ik besefte wat er gebeurde, besloot ik uit het raam te kijken om te peilen wat de rest van Tainan hiervan vond. Dat was wel duidelijk: niets. Het leven ging onverstoorbaar voort. Wat in Nederland absoluut groot voorpaginanieuws geweest zou zijn, behoort hier tot de orde van de dag.

Het behulpzame personeel besefte wel dat de aardbeving voor ons een bijzondere eerste keer geweest moest zijn en informeerde nog: ‘did you feel it?’ Yes, we did!

Transport: ‘did you really walk here?’

Het is wellicht de vraag die ik tot nu toe het meest gekregen heb hier: ‘did you really walk here?’ Voor een Taiwanees is lopen een middel om van appartement naar lift te komen, of van auto/scooter naar winkel (bij voorkeur maximaal 5 meter verderop). Grotere verplaatsingen vinden hier plaats per scooter en bij veel bagage per auto of taxi. Ook rijden er treinen. Stations liggen hier echter niet zoals ik gewend was in Nederland ‘om de hoek’, ook daarvoor heb je een scooter of auto nodig. Bussen zie je nauwelijks.

Het gevolg van de Taiwanese voorliefde voor gemotoriseerd verkeer is dat er werkelijk altijd kabaal is op straat. Het is daardoor lastig onderweg een gesprek te voeren. Hoogtepunt voor Floris zijn de vuilniswagens, want deze hebben allemaal een muziekje (dat overigens voor mij ook onder de noemer ‘kabaal’ valt) om aan te kondigen dat ze er aan komen. De sport is dan natuurlijk wie ‘m het eerste ziet.

De auto

Om een beetje te integreren, rijden wij sinds kort ook in Taiwan’s populairste auto. Door deze populariteit viel er qua kleur niks meer te kiezen, alle andere kleuren waren simpelweg alweer uitverkocht. Ik heb nog even voorgesteld om wat treinen op de auto te plakken, zodat ik me er ook in thuis zou voelen (zie foto rechts), maar helaas. Wij rijden nu in een lelijk blauw monster (zie foto links). Dat heeft ook één groot voordeel: je vindt ‘m altijd terug in de parkeergarage!

De scooter

De scooter is hier wat de fiets is in Nederland. De overheid stimuleert het gebruik van de fiets wel, maar dat staat echt nog in de kinderschoenen. Je ziet vooral oudere mensen en schoolkinderen op de fiets, en hier en daar rijdt een racefiets. De scooter is de baas. Voorsorteren en daardoor het volledige zebrapad blokkeren, auto’s de weg afsnijden, midden op de stoep parkeren; het is hier allemaal algemeen geaccepteerd. Helaas gaat dat niet altijd goed en hebben we ook al een aantal ongelukken gezien.

IMG_0272

‘Hollands transport’

Met onze kinderwagen hebben we veel bekijks. Er kunnen door de meerijplank maar liefst twéé kinderen in/op, dat is nog nooit vertoond in Taiwan! En dan zijn ze ook nog eens blond. Vaders (nooit moeders!) vragen of ze een foto mogen maken, want die willen ook zo’n fancy apparaat. En ja, ik ben helemaal komen lopen met dat ding. Met gevaar voor eigen leven. Een stoep is immers bedoeld om je scooter op te parkeren, dus lopen doe je maar op straat.

Ik ben benieuwd naar de reacties wanneer over een paar weken onze container aankomt. Dan komt daar een fiets uit waar maar liefst twéé kinderen op kunnen. Dat is nog nooit vertoond in Taiwan!