Categorie: Taal

Taal is zeg maar echt een ding

En toen was het plotseling een tijdje stil op deze website… Niet omdat er niets te vertellen is, niet omdat er heftige dingen aan de hand zijn, maar simpelweg doordat alles hier steeds zo veel tijd blijft kosten, dat er weinig tijd overblijft voor een goed verhaal. En net wanneer ik denk ‘nu gaat het lukken’, word ik ziek. Moet er nog iets geregeld worden voor de feestdagen (die hier overigens niet bestaan, maar wel gevierd worden). Worden we uitgenodigd voor een bruiloft. Is er… enzovoort.

Maar die taal dus. Je hoeft me maar een heel klein beetje te kennen om te weten hoe belangrijk taal voor mij is. En dan vooral de Nederlandse taal, mijn moedertaal, de taal waarin ik me precies zo kan uitdrukken als ik wil. (Terwijl ik dit schrijf, bekruipt me de angst dat iemand een fout ontdekt in deze tekst en me dat lekker in gaat wrijven…). Ik heb echt onderschat hoe vermoeiend ik het vind om de hele dag door te praten in een taal die niet mijn moedertaal is. Op dit moment is dat ongeveer 50 procent Chinees, 50 procent Engels. En natuurlijk lukt dat best, maar het kost een berg energie.

’s Avonds en in het weekend heb ik natuurlijk de gelegenheid (= 機會) om met mijn mannen Nederlands te praten, maar omdat het zo druk is, zijn het met Wouter op dit moment vooral praktische gesprekken. Floris lijkt geen enkele moeite te hebben om continu te schakelen tussen Nederlands, Chinees en Engels. En ook Felix lijkt het weinig uit te maken: die stoot de meest vreemde klanken uit, waar nog steeds geen taal van te maken valt.

Mijn medestudenten hebben na de lessen tijd om samen huiswerk te maken en verder te praten in het Chinees. Ook dat had ik onderschat: Chinees is hier de enige taal die we samen kunnen spreken. Zoals ik al eerder schreef, vind ik het opvallend hoeveel jonge (met name) Aziaten echt geen woord Engels spreken, of welke andere taal dan hun moedertaal dan ook. Ik heb die naschoolse oefenmogelijkheid niet echt, aangezien er hier ook nog een huishouden te runnen is. Dat betekent dat ik steeds vaker merk dat mijn woordenschat een stuk kleiner is dan die van mijn medestudenten. Op zich geen probleem, in de les kom ik prima mee, maar het is toch een stuk gezelliger wanneer je begrijpt wat je klasgenoten na de les tegen je zeggen!

Aan de andere kant: de meeste ‘vrouwen van’ doen het hier met 1,5 uur Chinese les aan huis per week. Ten opzichte van hen heb ik dus zeker wel een voorsprong. Wacht maar tot ik terug naar Nederland kom en jullie allemaal omver blaas met mijn vloeiende Chinees… En nu maar hopen dat de NS interesse krijgen in het kopen van een Chinese trein ;-).

De eerste keer dat…

Na ongeveer (weetje: één van de vele Chinese vertalingen voor ‘ongeveer’ is 左右 oftewel ‘linksrechts’) een half jaar Taiwan zou je kunnen verwachten dat de ‘eerste keren’ zo langzaamaan opdrogen. Voor mijn gevoel is niets echter minder waar. Wat overigens gelukkig inmiddels wel weer opgedroogd is, is het weer. Het begint hier eindelijk weer droog en behaaglijk te worden, maar dat terzijde.

Na een half jaar was daar voor ons de eerste ‘vakantie naar Nederland’. Floris telde met zijn aftelkalender de nachtjes slapen af en wij telden stiekem wel een beetje mee. In Nederland voelde het vertrouwd, gezellig, druk en toch ook wel wat koud. Twee weken zijn natuurlijk veel te kort om iedereen weer te zien en bij te praten, maar we hebben toch genoeg Nederland opgesnoven om er weer een tijdje tegenaan te kunnen! De kruidnoten (dit jaar kwam het ons wel goed uit dat die zo belachelijk vroeg in de winkels liggen!), stroopwafels en hagelslag die mee zijn gegaan in onze koffers helpen daar ook goed bij.

Voor Floris is het niet meer nodig om Nederlandse lekkernijen mee terug naar Taiwan te nemen. De eerste keer dat ik hem in het Chinees om koekjes hoorde vragen heeft inmiddels plaatsgevonden en er volgden nog vele keren daarna. Omdat de Taiwanezen het maar al te schattig vinden dat dat blonde jongetje Chinees praat, heeft zijn vraag ook vaak het beoogde resultaat. En leg dan nog maar eens uit dat we toch echt eerst gaan eten voordat die hele zak met koekjes/chips/popcorn aangebroken wordt!

Dat mijn eigen Chinees gelukkig ook weer een stuk vooruit is gegaan bleek uit de eerste keer dat ik een Chinese winkeleigenares beter begreep in het Chinees dan in het Engels. Ze bleef maar herhalen wat de prijs van mijn lunch was, totdat ze in de gaten kreeg dat ik haar niet verstond… En ze van Chinengels overging op Chinees en ik haar wel begreep.

Een eerste keer in de categorie ‘taal’ die ik nooit heb zien aankomen was het vertalen van een woord van het Frans naar het Chinees. Het is voor mij toch wel een verrassing hoe veel mensen nog steeds geen Engels spreken, ook jongeren niet. Daardoor voer ik bijna geen enkel gesprek in één taal en vaak ook wordt een gesprek een soort van kringgesprek: iemand begint in een bepaalde taal en totdat iedereen begrijpt wat er bedoeld wordt, zijn we zo’n vier talen verder. Het valt me op dat ik de neiging heb om woorden die ik in het Chinees niet weet, in het Spaans te zeggen. Blijkbaar zit de taal die ik voor ik naar Taiwan kwam als laatste geleerd heb, toch nog ergens vooraan in mijn geheugen!

Naast taal leer ik op de universiteit ook andere dingen. Vorig kwartaal was dat kalligraferen, dit kwartaal heb ik gekozen voor ‘Chinese painting’. Ondanks dat ik geen talent heb voor schilderen, is het leuk om te zien dat je met de juiste instructies toch best wat leuks op papier kunt zetten. Mijn leraar (= 老師 = laoshi) is een man van in de 80, een bijzonder vreemde man met een groot talent. Wanneer je googelt op ‘張志強 國畫’ vind je een aantal foto’s en filmpjes van zijn werk. De eerste keer ‘Chinese bloemetjes’ schilderen gaf bij mij het resultaat op de foto rechts.

Komende week staat voor mij in het teken van de ‘midterm exams’. Braaf studeren dus nu, want ik wil de eerste keer dat ik een test niet haal graag voorkomen!

 

Het eten is klaar!

Taiwan staat bekend om haar lekkere gerechten. Maar ze hebben hier óók veel delicatessen die ik liever maar één keer eet. Gewoon, om te kunnen zeggen dat ik het gegeten heb. Denk aan rijstcake van varkensbloed, kippenpoten (ja, echt de poten inclusief zwemvliezen), of de befaamde stinky tofu. Er zijn genoeg andere lekkernijen om uit te kiezen die toch wat dichter bij mijn westerse voorkeuren liggen. Maar ja, hoe te bestellen met mijn vocabulaire na slechts drie weken Chinese les?

Eén van de manieren blijkt het volgen van het keuzevak ‘conversatie’. In les 1 heb ik geleerd mijn drankjes in het Chinees te bestellen, na les 2 kan ik eindelijk ook wat eetgerelateerde woorden herkennen. Ik weet nu waar ik naar moet zoeken om kip of rund op mijn bord te krijgen. Zie hieronder mijn schrijfhuiswerk. Eén portie stinky tofu voor degene die me vertelt wat ik daar besteld heb!

Een tweede manier is eten online bestellen. Dit levert wisselende resultaten. Na wat gehannes met google translate rolt er meestal wel een bestelling uit, maar de kwaliteit hiervan wisselt tot nu toe nogal. Soms is het heerlijk, soms missen er delen van de bestelling, soms eindigen we met een kleffe hap. Uber Eats geeft als internationale organisatie de leukste screenshots: ‘Bedankt voor je bestelling, 伊琳’ (Yi Lin). Jawel, ik heb een nieuwe Taiwanese identiteit. Onmisbaar voor wie hier online iets wil bestellen.

De meeste locals gaan hier voor manier drie: onderweg naar huis wat afhalen bij één van de vele winkeltjes, stalletjes en marktjes. Rondom mijn universiteit is veel lekkers te vinden, dus doe ik voor mijn lunch inmiddels hetzelfde. Samen met mijn nieuwe Indonesische vriendin haal ik een ‘biandang’ (lunchbox) gevuld met groente, kip en rijst. Kosten: omgerekend 1,60 euro.

Het enige probleem tot nu toe is de timing van het avondeten. Voordat mijn lessen begonnen, had ik tijd zat om te koken. Nu haal ik dat vaak niet meer. Ook eten halen onderweg zit er niet in: met drie personen en twee tassen op de fiets past er niet ook nog een tas met eten bij. Wat ik nu dus maar doe: eten meenemen van één van de stalletjes rondom de universiteit en dat later opwarmen of gewoon koud opeten. Met de temperaturen hier is een warme maaltijd zeker niet altijd nodig en bovendien hebben we alle vier ’s middags ook al warm gegeten.

Onze vaardigheden qua eten gaan in elk geval met sprongen vooruit. Zo kunnen we inmiddels werkelijk alles met stokjes eten, van de kleinste korreltjes rijst tot frites. Ook leert Floris op school de belangrijke (weliswaar Japanse) basisvaardigheid ‘sushi rollen’. Dat zal van pas gaan komen als hij over een paar jaar voor ons gaat koken!

 

Back to school!

Langzaam maar zeker begint er ritme en structuur te komen in ons Taiwanese leven en zijn we niet meer de hele dag bezig met het regelen van de meest onbenullige zaken (hoe ontstop je hier het afvoerputje?). Felix heeft het enorm naar zijn zin op de opvang, geniet van het lokale eten en groeit hard uit zijn kleren en luiers. Van Floris’ juf heb ik inmiddels het eerste opgenomen bericht ontvangen waarin hij Chinees spreekt. Wouter is naar het nieuwe ASML-kantoor verhuisd, inclusief flexwerkconcept maar mét inflexibele eigen ‘managersparkeerplek’.

ToelatingTijd dus voor mij om nieuwe dagbestedingen te zoeken! De eerste stap is gezet: ik heb me ingeschreven bij de lokale universiteit en ga vanaf eind juni 20 uur per week Chinees leren. Met die 1,5 uur per week die we nu via ASML krijgen, ga ik het hier niet redden! De officiële ‘admittance letter’ volgt nog per post, maar de digitale bevestiging is inmiddels binnen. Net als het formulier om me in te schrijven voor een ‘dorm’. Lastige keuze, blijf ik in ons fijne appartement of verhuis ik naar een shared room…

De keuze om Chinees te gaan leren en niet hard te zoeken naar een baan heb ik overigens weloverwogen gemaakt. Hier in Tainan zijn internationale bedrijven lastig te vinden, daarvoor moet je echt in Taipei zijn. Daar heb ik wel een aantal interessante vacatures langs zien komen, maar de reistijd bedraagt al gauw 4 uur (oftewel 8 uur per dag). Dat gaat me (letterlijk) wat te ver! Bovendien ben ik waarschijnlijk geen aantrekkelijke kandidaat, omdat de kans groot is dat ik binnen afzienbare tijd weer vertrek. Tel daar nog bij op dat ik nog wat andere ambities en plannen heb, er nog steeds van alles te regelen is en ik ook de luxe heb dat ik niet hóef te werken. En dan is er nog mijn liefde voor taal, kortom: dit lijkt me voor nu een wijs besluit.

Om me dan ook vanaf nu als een niet werkende expat-vrouw te gaan gedragen, heb ik meteen maar een afspraak bij de kapper laten maken. Met de nadruk op ‘laten’ natuurlijk. Want zo doe je dat (of was het toch omdat je hier echt nergens komt zonder Chinees?). Ik ben benieuwd wat de ‘hair designer’ ervan gaat maken!

 

‘Maybe the motivation broke down’

Onlangs las ik per toeval een artikel dat de vier fasen beschrijft waar de gemiddelde expat doorheen gaat vanaf het moment van verhuizen. Nader onderzoek leerde mij dat dit niet een op zich zelf staand artikel was, maar dat hier een algemeen geaccepteerde theorie aan ten grondslag ligt. Deze is in de jaren negentig geformuleerd door Black, Mendenhall en Oddou. Ondanks dat de theorie nog steeds algemeen geaccepteerd is, heb ik gemerkt dat ik er persoonlijk niet helemaal aan voldoe.

De theorie beschrijft een U-curve van vier fasen, die verschillende benamingen kennen:

  • euforie/wittebroodsweken
  • crisis/heimwee
  • aanpassing/langzame acceptatie
  • competentie/ik woon hier.

In de eerste periode, tijdens de euforie, is alles in het nieuwe thuisland mooi en geweldig. Je bekijkt het nieuwe land door een roze bril. Maar langzaam besef je dat je niet zomaar terug kunt naar Nederland (of een ander ‘thuisland’ natuurlijk) en dat je zult moeten leven volgens de gebruiken en regels van je nieuwe woonplaats. Je stoort je aan zaken die anders/slechter geregeld zijn, je beseft dat je weinig personen in je omgeving hebt waar je op terug kunt vallen en je spreekt de taal niet (goed).

Gelukkig gaat deze fase voorbij. Langzaam ga je accepteren dat sommige dingen nu eenmaal anders zijn en dat er ook veel dingen beter zijn dan thuis. Je past je aan en accepteert de verschillen. In de laatste fase tenslotte is je woonplaats je nieuwe thuis geworden. Je weet er de weg, kent mensen en vindt het leuk om er weer terug te komen na bijvoorbeeld een vakantie.

Maar wat is nu bij mij het geval? Ik lijk de eerste fase van euforie overgeslagen te hebben. Of wellicht heb ik die al in Nederland doorgemaakt, toen duidelijk werd dat we een buitenlands avontuur tegemoet gingen. Iets waar ik niet meer op gerekend had, maar wat ik wel altijd al graag wilde.

Nu is het niet zo dat ik in een diepe crisis zit, of zware heimwee heb. Maar mijn huidige gevoelens passen wel goed bij fase twee. Alles gaat zo traag, ik word er regelmatig chagrijnig van. Het is niemands schuld, het is het logische gevolg van een leven opbouwen in een land dat je nauwelijks kent waar iedereen een taal spreekt die je niet beheerst.

Een paar voorbeelden: hoe vind je opvang/school voor de kinderen, als informatie hierover alleen in het mandarijn beschikbaar is en ook alles al volledig vol lijkt? Hoe ruil je je verkeerd bestelde Ikea-artikelen, wanneer na een uur rijden richting winkel blijkt dat dit alleen online kan? Hoe zorg je ervoor dat je nog kleren hebt om aan te trekken, als je maar een klein deel mee hebt kunnen nemen en de wasmachine het begeeft? Misschien vatte onze uiterst behulpzame receptiedame de hele situatie wel het beste samen door haar Engelse vertaling van het probleem: ‘maybe the motivation broke down.’

Maar het komt goed met die ‘motivation’! Inmiddels is Felix al helemaal thuis op zijn nieuwe opvang, mag Floris vanaf komende maandag gaan wennen op zijn nieuwe ‘school’, worden de Ikea-artikelen weer keurig opgehaald en draait de wasmachine weer overuren. Alleen dat glansspoelmiddel, daar ontbreekt het nog steeds aan…