Categorie: Natuur

Over kakkerlakken, wespen en vlinders

In de straten van Tainan is het altijd druk. Ik heb het al eerder geschreven: 24 uur per dag rijden hier duizenden scooters en auto’s, af en toe komt een verdwaalde fiets voorbij. Maar eens in de zoveel tijd is het nóg een beetje drukker op straat: dan worden de putten en afvoeren volgespoten met gif (denk ik?) en komen er duizenden kakkerlakken (蟑螂; zhāngláng) naar boven.

De eerste keer dat ik het meemaakte, liep ik op mijn slippertjes tussen de grotendeels nog levende insecten. De vriendin die naast mij liep, kon alleen nog maar gillen! Inmiddels ben ik eraan gewend dat ik af en toe een dagje om de kadavers heen moet slalommen. Grote voordeel is dat die lijkjes snel weer verdwijnen en je daarna voorlopig nauwelijks meer last hebt van kakkerlakken.

Dat is wel anders met muggen (蚊子; wénzi). Doordat het hier nooit echt koud is, kun je ze het hele jaar door tegenkomen. Het zijn er niet eens heel veel, maar je moet er overal op bedacht zijn. In onze tas zit dus altijd een flesje muggenspray. En als we de natuur ingaan, spuiten we uiteraard preventief. Vaak komen we er dus zonder muggenbulten vanaf, maar regelmatig is er toch één mug ons huis binnengedrongen die zich tegoed doet aan (meestal) Floris of Felix…

Voordat ik de indruk wek dat het hier qua insecten kommer en kwel is: we kwamen laatst als expats onderling tot de conclusie dat de situatie helemaal zo slecht nog niet is. Die kakkerlakken verdwijnen weer, de muggen zijn te bestrijden. Maar een groot voordeel hier: er zijn nauwelijks wespen (黃蜂; huángfēng)! Wel zo fijn met al het lekkere fruit dat je hier op straat kunt eten. Daar komen dan wel weer mieren (螞蟻; mǎyǐ) op af, maar die worden door de jongens juist als reuze interessant ervaren.

En nog zo iets moois: vlinders (蝴蝶; húdié) zijn er hier ook in overvloed. Groot en kleurrijk en het hele jaar door zijn ze te vinden. En wat tenslotte ook opvalt zijn de slakken (蝸牛; guāniú), die na een goede regenbui overal tevoorschijn komen. Deze zijn ook vaak enorm groot! Maar, in tegenstelling tot de kakkerlak die overal op kan duiken, blijft deze glibberige vriend gelukkig bijna altijd op de begane grond.

Conclusie 1: de insecten zijn hier groot, mooi, talrijk en anders dan in Nederland. Genoeg te ontdekken dus nog voor ons! Conclusie 2: de Chinese taal is erg consequent! Zoek hierboven maar het teken dat in elke insectennaam voorkomt. Kleine tip: je spreekt het uit als ‘chóng’ en het betekent… insect!

Hij komt, hij komt… niet!

Ken je die spanning tijdens een voetbalwedstrijd? Een dribbel, een mooie voorzet, een omhaal… Naast. Helaas. Weg spanning. Nou, dat kennen ze hier ook, maar dan met typhoons (颱風). Hij komt, let op, voorzichtig, bind je spullen vast, kom niet naar de universiteit, leg een voorraad eten en drinken aan… O nee wacht. Koers veranderd, niets aan de hand.

Overigens: een typhoon = een cycloon = een orkaan. Welke naam het verschijnsel krijgt, hangt af van waar de storm ontstaat: typhoon → Stille Oceaan, cycloon → Indische Oceaan, orkaan → Caribisch gebied. Een typhoon begint als een onweersbui, groeit uit tot een tropische storm en wanneer de windsnelheden boven de 117 km/h uitkomen, wordt gesproken van een typhoon.

Ik moet bekennen dat ik heel nieuwsgierig ben naar dit natuurfenomeen en het dus graag een keer mee wil maken. Wellicht niet zo’n veilige wens, maar toch. Het lijkt me zo indrukwekkend om te zien wat de natuur allemaal kan veroorzaken! Maar een typhoon is niet iets om licht over te denken. Er vallen regelmatig doden en de schade is vaak groot. De waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen zijn er dus niet voor niets.

Iedere Taiwanees is gewend aan typhoons, zoals wij Nederlanders gewend zijn aan leven onder de zeespiegel. Met dit grote verschil dat overstromingen in Nederland gelukkig een zeldzaamheid zijn geworden, terwijl een typhoon hier toch echt een aantal keer per jaar langskomt. Een paar weken geleden was het typhoon Danas (die Taiwan uiteindelijk net niet bereikte), afgelopen week kwam Lekima. Ook Krosa is aan het razen, maar omdat vanaf het begin duidelijk was dat zij niet bij Taiwan in de buurt zou komen, hoor je er hier nauwelijks iets over.

Lekima raasde uiteindelijk over het noordoosten van Taiwan en zorgde daar voor stroomuitval en twee doden. Al kun je je afvragen in hoeverre Lekima ‘ schuldig’ was aan het overlijden: één slachtoffer viel uit een boom, terwijl hij uit voorzorg tegen Lekima de takken aan het kortwieken was. Het tweede slachtoffer werd in haar slaap bedolven onder een kledingrek vol kleding, door een aardbeving die plaatsvond ten tijde van de typhoon.

Lekima is inmiddels vertrokken naar China en heeft daar al voor minimaal 30 doden gezorgd. Onschuldig is ze dus zeker niet! In Tainan was er nauwelijks iets te merken van Danas of Lekima. Het waaide iets harder, maar de windsnelheden zouden zelfs voor Nederland nog niet ongewoon zijn. En dus gaat het leven hier gewoon door, noemt iemand nog terloops het ‘kleine aardbevinkje’ van deze week en dat is het. Maar typhoonmaand augustus is nog niet voorbij, dus wie weet wat ons nog te wachten staat…

Konnichiwa!

Wanneer je eindelijk een paar woorden begint te herkennen. Floris netjes ‘xiexie’ zegt als hij een koekje krijgt. Je niet meer glazig hoeft te kijken bij het afrekenen, omdat je bedragen inmiddels aardig verstaat. Dan is het hoog tijd voor een nieuwe onbekende taal. Hallo Japan!

Nee, we gaan niet weer verhuizen, we hebben onze eerste vakantie achter de rug. En aangezien Japan al heel lang op mijn verlanglijstje stond, heb ik nu mijn kans gegrepen. Opeens is Japan ‘om de hoek’ en is een ticket zo geboekt. Overigens vinden de Olympische spelen in 2020 ook in Japan plaats en begint over 2 dagen de (internationale) kaartverkoop, dus mijn alarmen zijn gezet. Hoe, met wie, etc. is een latere zorg zullen we maar zeggen. Hier wil ik, zeker na de fantastische ervaringen in Londen, naar toe!

Japan dus. Ik had torenhoge verwachtingen. Wellicht had ik Japan wat opgehemeld door het zo lang op mijn verlanglijstje te laten wachten. Of had ik het in mijn hoofd nog mooier gemaakt door alle enthousiaste verhalen van mensen die er al geweest waren. Mooi was het zeker, zonder twijfel. Maar of ik nou overdonderd was door het land als geheel? Nee. En dat komt zeker ook doordat we nu in Taiwan wonen besef ik.

Wat ik erg indrukwekkend vond, was de natuur. Die hebben we dan ook uitgebreid (en met één à twee kinderen op de rug) bewonderd. Zelfs buiten het seizoen vind je hier en daar nog kersenbloesem. Ook apen kom je overal tegen en in Nara natuurlijk de herten. Ik had overigens nog nooit van Nara gehoord, totdat ik vlak voor onze vakantie toevallig dit las.

Ook het eten is in Japan vaak van grote schoonheid. We hebben een aantal keer in een traditionele ryokan geslapen en in één daarvan ook gegeten. Wat je dan geserveerd krijgt, vaak in je eigen kamer, ziet er indrukwekkend uit! Maar ik moet bekennen: de smaak viel me soms wat tegen en na een aantal dagen begint het toch op te vallen dat de variatie niet erg groot is.

Buiten de deur eten was een uitdaging, omdat lastig te zien was wat er zich achter de ‘gordijnen’ van een restaurant bevond. Zowel qua eten als qua kinderstoelen. Zo bleef het elke keer een grote verrassing en hebben we zowel top als flop ervaren.

Japans dinerQua cultuur had ik meer verwacht van Japan. Zeker, de kastelen zijn erg indrukwekkend en de treinen ook. Maar de vriendelijkheid waar Japanners om bekend staan valt voor mij in het niet bij de vriendelijkheid van de gemiddelde Taiwanees. En de Japanse tempels zijn ook heus heel mooi. Maar onze lat ligt inmiddels hoog: in Tainan staan meer dan 1.600 officieel geregistreerde tempels in alle soorten en maten, dus je moet van goeden huize/tempel komen om mij nog te imponeren!

Maar wat voor mij de echte cultuurshock was: Japanners en het V-teken op foto’s. Ik wist dat ze het doen, maar dat het echt overal en altijd gebeurt was nieuw voor mij. Zie de voorbeelden hieronder. De setting: de Mishima skywalk, een reusachtige hangbrug over een mooi groen dal waarop je bij goed weer Mt. Fuji kunt zien. Wat doet een Japanner hier? Op de foto, met V-teken, met een hartvormige bloemenkrans. En dan snel door naar de rij bij spot nummer twee, om op de foto te gaan, met V-teken, met de skywalk. Waarom?!

Inmiddels zijn we weer thuis in Taiwan. Het huis voelt inmiddels al echt als thuis, al moeten er nog wel wat dingetjes aan gebeuren. Maar ja, is dat niet in elk thuis het geval? Binnenkort beginnen mijn taallessen eindelijk. En daar kijk ik erg naar uit, want het tripje naar Japan doet me weer extra beseffen hoe zat ik het ben om hele dagen thuis te zitten en maar beperkt dingen te kunnen ondernemen. Schoolbank, ik kom er aan!

Tropisch Taiwan & rare regencapes

“Taiwan heeft een tropisch klimaat.” Ik graaf diep in mijn geheugen naar wat ik hierover geleerd heb in de aardrijkskundeles, maar aangezien ik deze kennis de afgelopen twintig jaar niet nodig heb gehad, komt er niks bovendrijven. Ja natuurlijk, het is warm en het kan hard regenen, maar verder? Inmiddels ken ik ook de mening van een aantal Taiwanezen én van een aantal reisbureaus. Grappig hoe dat, samen met mijn eigen 2,5 maand praktijkervaring, leidt tot 4 verschillende opvattingen over het Taiwanese klimaat.

De theorie

Voor wie net als ik niet precies weet wat een tropisch klimaat is, volgt hier een klein beetje theorie. De meest gebruikte klimaatindeling is die van de Duitser Köppen. Volgens deze indeling heeft Taiwan een maritiem klimaat (net zoals Nederland overigens). Een interessante ontdekking, aangezien verder heel internet beweert dat Taiwan een tropisch klimaat heeft. De definitie van een tropisch klimaat: de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C. Hier wringt de schoen: de gemiddelde temperatuur in januari is hier ‘slechts’ 17 °C.

Taiwan heeft dus een maritiem klimaat. En dat betekent: de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan −3 °C en niet hoger dan 18 °C; de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C. Dat laatste klopt zeker!

Het reisbureau

Het maakt niet uit welke website je erop naslaat; Taiwan heeft volgens de reisbureaus een tropisch klimaat. (Dit vond ik overigens de leukste omschrijving- ik zal het betreffende reisbureau niet noemen, maar erg snugger lijken ze hier niet: “Taiwan heeft een tropisch zeeklimaat met het hele jaar regen. De temperaturen zijn subtropisch en kunnen in de zomer flink oplopen.” Een ‘tropisch zeeklimaat’ zou een combinatie zijn van de twee hierboven genoemde klimaten, oftewel ‘de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C’ en ‘de gemiddelde temperatuur van de koudste maand is (…) niet hoger dan 18 °C’. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand moet dus precies 18 °C zijn. Alleen dán heerst er een ‘tropisch zeeklimaat’).

De reisbureaus zijn erg eensgezind over wanneer de beste reistijd is: oktober en november. Niet te hoge temperaturen, niet te veel regen, weinig kans op typhoons.

De Taiwanezen

Taiwanezen vinden zichzelf lui. Ik heb de neiging het daar mee eens te zijn, maar inmiddels begrijp ik wel beter waarom ze zo gehecht zijn aan hun ‘snelle’ vervoer per auto of scooter. Er bestaat een relatie met het klimaat: het is hier al gauw te warm en/of te nat om je lopend of met de fiets te verplaatsen. Onze receptiedame ‘haat’ mei en juni omdat het dan volgens haar alleen maar regent. Wouter’s collega’s reageren, wanneer hij zegt dat het mooi weer is, steevast met ‘Ja, maar komende week gaat het hard regenen’.

Mijn eigen ervaring

Ik ben nog steeds erg blij dat onze fietsen hier gearriveerd zijn en gebruik ze dan ook veelvuldig. En ja, dat is warm. Zeker wanneer je de hele stad doorfietst. Dat duurt ook erg lang, gezien het grote aantal verkeerslichten dat je onderweg tegenkomt. Het wachten in de volle zon maakt het nog net een tandje warmer. Taiwanezen begrijpen er niks van, maar voor mij is dit nog steeds dé manier om de stad beter te leren kennen. Google maps begrijpt het overigens ook niet: je kunt hier überhaupt geen routesuggesties voor de fiets krijgen.

Warm is het hier dus zeker. Nat gaat het vast nog Regencapeworden. Maar tot nu toe valt me dat erg mee. Ja, er valt wel eens een buitje. Maar het is hier sowieso zo vochtig, dat het verschil tussen droog en regen nauwelijks opvalt. Ik heb tot nu toe pas één keer een verkeerde inschatting gemaakt, wat resulteerde in een nat pak en tot mijn enkels door de plassen waden toen ik even aan de overkant van onze straat naar de supermarkt ging. Inmiddels ben ik hierop voorbereid: ik heb dezelfde mooie regencape als alle andere Taiwanezen. Enorm groot, al heb ik ‘m zelfs nog een maat kleiner gekocht dan de verpakking me aanraadde. Ook Floris heeft al kennisgemaakt met zijn oversized cape, toen hij er enthousiast in rond wilde rennen en vol voorover viel. Maar wij blijven vanaf nu droog!

 

Opschudding en opwinding!

Voor alles is een eerste keer en aan eerste keren hier geen gebrek. Sommige eerste keren zijn noodzakelijk, niet bijster spannend of gewoon leuk (eerste keer met de bus, eerste keer een taxi bestellen met de taxi-app die volledig in het Chinees werkt, eerste keer naar de night market, of voor het eerst je parkeergeld betalen in een seven-eleven). Andere eerste keren blijven me echter wat langer bij!

Zo was daar de eerste keer in het ziekenhuis. Felix kreeg door onze onoplettendheid de primeur. De medewerkers hier in het appartementencomplex blijven onverminderd behulpzaam. Dat zorgt echter ook af en toe voor onverwachte situaties. Toen wij voor de deur met z’n allen uit een taxi stapten, schoot een medewerker ons te hulp. Tassen en kinderen uitladen, kinderwagen in elkaar zetten, rijden maar. Iedereen deed iets nuttigs, maar niemand controleerde of de riempjes van de kinderwagen vast zaten. Daar kwamen we vervolgens snel achter, doordat Felix ontsnapte en voorover op de stenen vloer viel. Het leek mee te vallen, maar op zijn voorhoofd groeide een enorme bult. Dus toch voor de zekerheid een ziekenhuis gezocht. Ook hierin kregen we hulp, dus het ziekenhuis was zo gevonden. Het bleek bij binnenkomst echter compleet verlaten… Is iedereen in Taiwan in het weekend gezond?!

De eerste hulp bleek in een ander gebouw te zijn. Daar werden we vriendelijk ontvangen en bijgestaan door behulpzame dames. Na controle bleek er gelukkig inderdaad niets aan de hand met Felix. Met een hoop andere mensen was overigens wel wat aan de hand. In de ruimte waar wij wachtten was het een komen en gaan van mensen met kwalen, met eigen transport of vanuit de ziekenauto. Het behandelsysteem ontging me een beetje: wij werden gelukkig redelijk snel geholpen, maar er heeft ook de hele tijd dat wij binnen waren een man met bebloed verband op een bedje in de hoek gelegen. ‘Kijk mama, die meneer ligt lekker te slapen,’ zei Floris.

IMG_0279

Thuis bleek dat er ook wat besmettelijke kwalen waren in het ziekenhuis; de dag na ons bezoek beleefde ik mijn eerste keer ‘ziek zijn in Taiwan’. Op zich niet heel spannend, ware het niet dat ik in mijn bed ruw gewekt werd door nog een andere ‘eerste keer’: een aardbeving! Ok, dit was geen echte eerste keer, maar ik vond het wel indrukwekkend. De ramen trilden, ik golfde in bed heen en weer. Toen ik besefte wat er gebeurde, besloot ik uit het raam te kijken om te peilen wat de rest van Tainan hiervan vond. Dat was wel duidelijk: niets. Het leven ging onverstoorbaar voort. Wat in Nederland absoluut groot voorpaginanieuws geweest zou zijn, behoort hier tot de orde van de dag.

Het behulpzame personeel besefte wel dat de aardbeving voor ons een bijzondere eerste keer geweest moest zijn en informeerde nog: ‘did you feel it?’ Yes, we did!