Categorie: Kinderen

Huiswerk!

Het lijkt erop dat de meeste kinderen in Nederland binnenkort eindelijk weer naar school mogen. Dat betekent dan ook weer de start van het reguliere huiswerk. Ik heb begrepen dat ook online huiswerk gemaakt werd, of is het zo dat al het schoolwerk nu huiswerk … Lees verder Huiswerk!

Subjectieve perspectieven

Hoe langer ik in Taiwan woon, hoe meer ik besef hoeveel verschillende meningen, vragen en oplossingen er zijn voor één en dezelfde situatie. Waar ik eerst nog dacht dat buitenlander zijn of juist local de belangrijkste verklaring is voor deze verschillen, kom ik er meer en meer achter dat dit veel genuanceerder ligt.

Zo namen we onlangs weer eens afscheid van twee ASML-collega’s die inmiddels veilig en Coronavrij teruggekeerd zijn naar Nederland. Op het strand spraken we over onze ervaringen, onder andere over de verschillen in opvoeding tussen Taiwanese en Nederlandse kinderen. Wanneer ik met Floris en Felix op stap ben, ben ik ze regelmatig kwijt. De wereld moet ontdekt worden, een trap is er om beklommen te worden en die deur kan open (ja, ook als dan het alarm afgaat). Taiwanese kinderen daarentegen zitten in mijn ogen altijd braaf stil.

Maar wat blijkt? Lang niet iedereen ervaart dat zo. Sommige buitenlanders vinden de Taiwanese kinderen juist slecht gemanierd, te verwend of hoe je het wil noemen. Misschien komt het doordat je je eerder bezwaard voelt als je zelf in jouw ogen luidruchtige kinderen bij je hebt? Of doordat Taiwanezen hun kinderen graag stil houden door ze een snoepje in de mond te geven, een methode waar ik erg op tegen ben? Hoe het ook zij, uiteindelijk is elk kind natuurlijk uniek, daar kan geen opvoeding of cultuur verandering in aanbrengen!

Een heel ander onderwerp waar perspectief een grote rol speelt, is het nieuws. Ik volg het (Taiwanese) nieuws hier voornamelijk via Engelstalige nieuwssites. Daarover heb ik inmiddels twee dingen geleerd: 1. De redacties van deze sites zijn alle gehuisvest in Taipei en 2. De doelgroep van deze sites zijn voornamelijk Aziatische “migrant workers”. Dit betekent nogal iets voor het perspectief van waaruit het nieuws gebracht wordt.

Voor wat betreft ontdekking 1: het perspectief van verslaggevers is erg ‘grootstedelijk’, vergelijkbaar met de situatie van Amsterdam in Nederland. Oftewel: wanneer er nieuws is uit Taipei, wordt de locatie daar tot in detail bij vermeld, soms zelfs tot op het niveau van de straatnaam. Is er echter nieuws uit (bijvoorbeeld) Tainan, dan wordt er gesproken over ‘ergens in het zuiden van Taiwan’.

Wat ontdekking 2 betreft betekent dit vanzelfsprekend dat het nieuws geselecteerd wordt op nieuwswaarde specifiek voor migrant workers. Zo is er relatief veel nieuws over bijvoorbeeld visa en openbaar vervoer en relatief weinig nieuws over landen buiten Azië. Overigens staat het nieuws ook vol met informatie over de beurs en aandelen, dat kan ik nog steeds niet helemaal plaatsen (weet iemand wel waarom dit zo is?).

En nog even over die migrant worker. Wat is eigenlijk het verschil tussen een migrant worker en een expat? Vanuit mijn perspectief zijn het beiden buitenlanders die naar Taiwan (of een ander land uiteraard) komen voor werk. Ik dacht tot voor kort dat het verschil is, dat een expat gestuurd wordt door zijn werkgever, terwijl een migrant worker zelf besluit in het buitenland op zoek te gaan naar een baan. Maar hoe meer ik erover opzoek, hoe minder ik hiervan overtuigd ben.

Zo vond ik deze column. De schrijver, Mawuna Koutonin, beweert dat de titel “expat” slechts voorbehouden is aan (blanke) Europeanen, zodat zij zich “boven de rest” kunnen plaatsen. De rest van de wereld, de “inferieure rassen”, zijn “immigrant”. Nu heb ik inmiddels wat meer columns van zijn hand gelezen en, hoe zal ik het zeggen, hij drukt zich graag uit in extremen. Aan de andere kant, ik vond ook dit artikel. Geschreven vanuit een ander perspectief, maar grotendeels gebruik makend van dezelfde bronnen, waaronder The Guardian. In dit artikel wordt Mawuna zelfs letterlijk geciteerd. En ook hier is de conclusie: de termen kennen hun oorsprong in de tijd van kolonies en blanke overheersing/suprematie.

Het artikel dat ik net noemde, gebruikt een interessante grafiek van linguisticpulse.com, zie hieronder. Deze website heeft onderzoek gedaan naar bijvoeglijke naamwoorden die relatief vaak voorkomen in de nabijheid van respectievelijk de woorden “expat” en “immigrant”. Dit overigens naar aanleiding van het artikel van Mawuna, dat blijkbaar veel heeft losgemaakt. En ja hoor, ook hieruit blijkt weer dat de termen wel degelijk een onderliggende associatie hebben met ras, sociale klasse en rijkdom.

Daarnaast bevat het bijbehorende artikel echter een interessante paragraaf, die mij juist tot immigrant zou maken: “It is expected that expats will maintain ties with their countries of origin (ok, dat doe ik), often travelling back and forth between new and old homes (dat doe ik niet, maar ja, wie doet dat tegenwoordig nog wel?) Many expats will not learn the language of the host country or at least not learn it well (oeps, dat heb ik wel gedaan). They often avoid and remain ignorant of the foods, the traditions, and the people of the country they now live in (o jee, toch te weinig aan ‘social distancing’ gedaan). Instead, local governments and business people often have strong incentive to cater to elite expats’ desire for communities that are largely separate from the rest of the host country (hier in Taiwan lijkt het alsof ASML een Taiwanees bedrijf is, zonder ook maar enige aandacht voor bijvoorbeeld Nederlandse feestdagen of cultuur. Een expat community is er in Tainan al helemaal niet).”

Zo leer ik weer een hoop. Maar om met iets luchtigers af te sluiten: gezien vanuit het perspectief van de ouderen geldt hier: zolang je nog in staat bent om je eigen scooter te vinden, ben je ook in staat om erop te rijden! Ik houd elke keer mijn hart weer vast bij het zien van de oudjes, waarmee ik tegenwoordig vrijwilligerswerk doe. Ze strompelen de activiteitenzaal binnen, maar verlaten het terrein wel per scooter!

Bezweken onder de druk van het systeem

‘Twee studenten in Tainan overleden door zelfdoding’, was hier onlangs in het nieuws. Maar groot nieuws is het helaas al lang niet meer. Zelfdoding onder scholieren en studenten komt hier vaak voor, net zoals in vele andere Aziatisch landen. De druk om te presteren is hier zo enorm groot, dat studenten het vaak simpelweg niet meer trekken en geen andere uitweg meer zien dan uit het leven te stappen.

Ik ben hier natuurlijk niet lang genoeg om volledig te kunnen begrijpen hoe de samenleving van Taiwan in elkaar zit. Maar op het gebied van onderwijs heb ik inmiddels een aantal dingen meegemaakt en gezien en helaas stemmen mij die over het algemeen niet vrolijk. Uiteraard zal het verschil in cultuur hierin een rol spelen, maar het lijkt er op dat hoe langer hoe meer Taiwanezen ook tegen het systeem in opstand komen.

Veel Taiwanese gezinnen bestaan uit moeder, vader en één kind. Voor zover ik weet is de éénkindpolitiek hier nooit doorgevoerd, dus daar ligt het niet aan. Dat er niet meer kinderen komen, komt vaak doordat ouders daar geen geld en/of tijd voor hebben. Een groot deel van de tijd gaat op aan heel hard werken. En dan is er nog een ander fenomeen: steeds meer gezinnen bestaan uit moeder, vader en huisdier. Want een huisdier is nu eenmaal goedkoper en vraagt (relatief) minder aandacht. Vaak is dit huisdier een hond, die vervolgens als een heuse baby in een ‘kinderwagen’ overal naartoe gereden wordt!

Maar terug naar de kinderen. Of beter gezegd: terug naar dat ene kind. Dat betekent één kans op een mooie toekomst. En dus projecteren Taiwanese ouders al hun hoop, verwachtingen en dromen op dat kind. Met als gevolg dat het kind al van jongs af aan moet presteren. Niet alleen tijdens de reguliere schooltijd, die al vanaf het begin gevuld wordt met les in onder andere Chinese karakters, rekenen en Engels (zo kreeg Felix met zijn nét twee jaar oud al huiswerk mee en kan hij sommige karakters al lezen). Maar ook ná de reguliere schooltijd, wanneer vrijwel elk Taiwanees kind naar extra lessen muziek, Engels of sport gestuurd wordt. Er bestaan hiervoor speciale klassen/scholen: 補習班, bǔxíbān. Vaak bepalen de ouders ook welke vervolgstudie het meest ‘geschikt’ is voor hun kind.

Welke les het ook is, steeds wordt het kind gestimuleerd de maximale score te halen. Een hoog cijfer is niet goed genoeg, het moet perfect zijn. Dit is in grote delen van Azië hoe het werkt, getuige ook de cartoon die ik laatst vond van de hand van een Chinese dame die ook veel tijd doorbracht in Europa en Amerika (zie hieronder). Vaak ook worden de resultaten van alle studenten op score gerangschikt en weet je dus de ‘nummer hoeveel’ van je klas je bent. Zo is dus niet het cijfer belangrijk, maar je positie ten opzichte van de rest!

Geen 100 procent score…

Wat opvalt is dat discipline en volhardendheid hier vaak belangrijker gevonden worden dan talent. Met andere woorden: als je er maar genoeg tijd in stopt, kun je alles leren. En dat is dus wat veel Taiwanese kinderen (moeten) doen. De resultaten liegen er over het algemeen niet om, veel Taiwanezen zijn hoogopgeleid en internationaal gezien scoren de onderwijsresultaten hoog. Kleine kanttekening: deze resultaten bestaan puur uit cijfers, examenresultaten etc. En zeggen dus weinig over bijvoorbeeld de daadwerkelijke vaardigheden van een student.

De prijs die voor deze resultaten betaald wordt is in mijn westerse ogen veel te hoog. Waar is de tijd dat kinderen buiten kunnen spelen? Even niks hoeven en uit kunnen rusten? Sociale vaardigheden leren? Of simpelweg hun eigen talenten en interesses mogen ontdekken? Daarnaast is er nog een tweede, meer praktisch probleem: er zijn inmiddels zoveel hoog opgeleide Taiwanezen, dat het aantal banen op niveau hier ver bij achter blijft. In de praktijk hebben vele Taiwanezen dus een baan die niet past bij hun opleidingsniveau. Nu is dit niet per definitie een probleem, maar je kunt je de teleurstelling voorstellen wanneer je na jaren van keihard studeren genoegen moet nemen met een baan die je niet voor ogen had.

Maar dat gaat tenminste nog over die Taiwanezen die het redden tot het einde van hun studie en die überhaupt een baan vinden. Want een aantal studenten zal de arbeidsmarkt helemaal nooit betreden: ze plegen voortijdig zelfmoord. De druk wordt te hoog, de studie te moeilijk, of het humeur van de ouders te slecht. Deze studenten vinden dat ze falen en zien geen andere uitweg dan een einde te maken aan hun leven.

Ik heb geprobeerd concrete cijfers te vinden over de situatie hier, maar dat is me helaas niet gelukt. Voor wie geïnteresseerd is in meer heb ik wel een aantal andere bronnen:

Drie Taiwanese studenten in gesprek met elkaar

Een vader die zich afvraagt of zijn dochter naar een Taiwanese of een Britse school zal gaan

En niet te vergeten de Netflix-serie ‘你的孩子不是你的孩子’, ook te vinden onder de Engelse titel ‘On children’. Ik heb zelf tot nu toe de eerste twee van in totaal zes delen gekeken en het maakte me echt een beetje verdrietig…

‘Maybe the motivation broke down’

Onlangs las ik per toeval een artikel dat de vier fasen beschrijft waar de gemiddelde expat doorheen gaat vanaf het moment van verhuizen. Nader onderzoek leerde mij dat dit niet een op zich zelf staand artikel was, maar dat hier een algemeen geaccepteerde theorie aan ten grondslag ligt. Deze is in de jaren negentig geformuleerd door Black, Mendenhall en Oddou. Ondanks dat de theorie nog steeds algemeen geaccepteerd is, heb ik gemerkt dat ik er persoonlijk niet helemaal aan voldoe.

De theorie beschrijft een U-curve van vier fasen, die verschillende benamingen kennen:

  • euforie/wittebroodsweken
  • crisis/heimwee
  • aanpassing/langzame acceptatie
  • competentie/ik woon hier.

In de eerste periode, tijdens de euforie, is alles in het nieuwe thuisland mooi en geweldig. Je bekijkt het nieuwe land door een roze bril. Maar langzaam besef je dat je niet zomaar terug kunt naar Nederland (of een ander ‘thuisland’ natuurlijk) en dat je zult moeten leven volgens de gebruiken en regels van je nieuwe woonplaats. Je stoort je aan zaken die anders/slechter geregeld zijn, je beseft dat je weinig personen in je omgeving hebt waar je op terug kunt vallen en je spreekt de taal niet (goed).

Gelukkig gaat deze fase voorbij. Langzaam ga je accepteren dat sommige dingen nu eenmaal anders zijn en dat er ook veel dingen beter zijn dan thuis. Je past je aan en accepteert de verschillen. In de laatste fase tenslotte is je woonplaats je nieuwe thuis geworden. Je weet er de weg, kent mensen en vindt het leuk om er weer terug te komen na bijvoorbeeld een vakantie.

Maar wat is nu bij mij het geval? Ik lijk de eerste fase van euforie overgeslagen te hebben. Of wellicht heb ik die al in Nederland doorgemaakt, toen duidelijk werd dat we een buitenlands avontuur tegemoet gingen. Iets waar ik niet meer op gerekend had, maar wat ik wel altijd al graag wilde.

Nu is het niet zo dat ik in een diepe crisis zit, of zware heimwee heb. Maar mijn huidige gevoelens passen wel goed bij fase twee. Alles gaat zo traag, ik word er regelmatig chagrijnig van. Het is niemands schuld, het is het logische gevolg van een leven opbouwen in een land dat je nauwelijks kent waar iedereen een taal spreekt die je niet beheerst.

Een paar voorbeelden: hoe vind je opvang/school voor de kinderen, als informatie hierover alleen in het mandarijn beschikbaar is en ook alles al volledig vol lijkt? Hoe ruil je je verkeerd bestelde Ikea-artikelen, wanneer na een uur rijden richting winkel blijkt dat dit alleen online kan? Hoe zorg je ervoor dat je nog kleren hebt om aan te trekken, als je maar een klein deel mee hebt kunnen nemen en de wasmachine het begeeft? Misschien vatte onze uiterst behulpzame receptiedame de hele situatie wel het beste samen door haar Engelse vertaling van het probleem: ‘maybe the motivation broke down.’

Maar het komt goed met die ‘motivation’! Inmiddels is Felix al helemaal thuis op zijn nieuwe opvang, mag Floris vanaf komende maandag gaan wennen op zijn nieuwe ‘school’, worden de Ikea-artikelen weer keurig opgehaald en draait de wasmachine weer overuren. Alleen dat glansspoelmiddel, daar ontbreekt het nog steeds aan…