Auteur: Eva

Expat in Tainan, Taiwan. Ingenieur, projectmanager, taal- en sportliefhebber, vrouw en moeder

A walk in the supermarket

Nadat wij naar Taiwan verhuisden, viel het me al snel op dat er hier werkelijk op elke straathoek een supermarkt te vinden is. Er zijn diverse ketens (PX mart/全聯, RT mart/大潤發, Carrefour/家樂福), maar ook veel losstaande zaken. Heel handig dus, altijd een supermarkt in de buurt. De ene supermarkt is echter de andere niet! Het principe van een supermarkt is uiteraard dat alle verschillende levensmiddelen (en meer) onder één dak te vinden zijn, maar wélke levensmiddelen dat zijn, verschilt blijkbaar enorm van winkel tot winkel en van land tot land.

Ik had de behoefte om de verschillen tussen een Nederlandse en een Taiwanese supermarkt te visualiseren (jaja, die bouwkundige beroepsdeformatie zit er blijkbaar nog steeds in). Ik ga jullie dus deze keer vermoeien/vermaken met twee tekeningen die mijn beleving van de supermarkt weergeven!

De Nederlandse supermarkt gezien door de ogen van een Taiwanees

Sommige dingen zijn natuurlijk inkoppers: waar je in Nederland bij binnenkomst al tegen de piepers opbotst, is de Taiwanese supermarkt volgestouwd met rijst. De kleinste verpakking die je na goed zoeken kunt vinden, is 1,5 kg. De grootste… Ik weet het niet eens. Ik denk dat we er in Nederland in een jaar nog niet doorheen zouden zijn. Daarnaast zijn er hier uiteraard naast vlees (kippen en varkens uit Taiwan, koeien uit Australië of Amerika) ook veel vis en schaal- en schelpdieren te krijgen.

Maar naast de voor de hand liggende verschillen, ben ik vooral veel dingen tegengekomen die ik nooit eerder bedacht had. Zo mis ik het Nederlandse brood enorm. Een volkoren boterham die je maag vult, of gewoon een lekker broodje hagelslag… Mmm! In het begin heb ik hier diverse malen de fout gemaakt te denken dat ik lekker brood gevonden had. Dan nam ik een hap… En beet ik in een niet nader te definiëren vulling. Niet zo mmm! Bovendien is al het brood hier wit én precies niet te krijgen rond ontbijt- of lunchtijd. Het is namelijk voor de Taiwanees geen maaltijd, maar meer een snack.

In de Taiwanese supermarkt, maar ook bijvoorbeeld bij de drogist, is er een in mijn ogen bizarre hoeveelheid shampoo te verkrijgen, maar nauwelijks deodorant. Taiwanezen zijn geobsedeerd door hun haar en vrijwel niemand heeft zijn/haar eigen natuurlijke haarkleur. Bruin is favoriet, maar ook een rode, blauwe of blonde glans doen het goed. Oók bij mannen. En inmiddels ben ik gaan geloven dat wij Nederlanders meer zweten dan Taiwanezen, want ondanks dat er maar weinig deo te koop is, kom ik zelden een ‘stinkende’ Taiwanees of een Taiwanees met zweetplekken tegen. Zelfs niet na het sporten.

Wat me overigens ook verbaast in de Taiwanese supermarkt is de ordening, of het gebrek daaraan. Voor een deel heeft dat te maken met aanbiedingen: wat in de aanbieding is, verhuist naar een plek die schreeuwt om aandacht. Kijk mij in de aanbieding zijn! Ik weet dat we dit in Nederland ook doen door producten op de kop van een gangpad te plaatsen, maar dat is héél subtiel in vergelijking met de Taiwanese methode. Daarnaast verhuizen producten hier ook heel vaak van plek en sowieso hebben ze niet één plek, maar meerdere, met name groente en fruit. Hier wat komkommers, daar nog wat meer van dezelfde komkommers, verderop de nog wat grotere komkommers… Het is elke keer weer een speurtocht.

Ook de schappen voor snacks en snoep verschillen hier erg van de Nederlandse. Taiwanezen houden van gedroogd voedsel (want lang houdbaar?): vlees/jerky, fruit, visjes tussen de pinda’s of gedroogde vissnoepjes. Taiwanese ouders zijn heel huiverig om hun kinderen een zoet snoepje te geven, maar koekjes krijgen ze aan de lopende band. En de snoepjes krijgen ze alsnog van oma op straat. Die haat-/liefdeverhouding met snoep voelt voor mij heel onnatuurlijk, te meer nog daar vooral in Tainan vrijwel al het eten zoet is en er bijvoorbeeld zelfs aan verse fruitsappen als je niet op tijd ingrijpt nog wat lepels suiker toegevoegd worden. En om nog even op het brood terug te komen: ik dacht laatst lekkere knoflookbruschetta’s gevonden te hebben, nam een hap en de suiker kwam nog net niet mijn neus uit. Iew!

De Taiwanese supermarkt gezien door de ogen van een Nederlander

Taiwan is niet zo multicultureel als Nederland. Er wonen weliswaar circa 800.000 buitenlanders, maar meer dan 90% hiervan komt uit Zuidoost Azië. Dit gegeven wordt ook weerspiegeld in de supermarkt: waar in Nederland de buitenlandse producten inmiddels verspreid liggen door de hele supermarkt, heeft een Taiwanese supermarkt vaak één gangpad met import, gerangschikt op land. Populair zijn Thailand, Indonesië, Japan, Frankrijk en Italië. Dit gangpad sla ik dus nooit over! Na twee jaar zijn er echter nog diverse paden die ik wel oversla, omdat ik geen idee heb wat daar in de pakjes en zakjes zit of hoe ik het moet gebruiken. In het begin probeerde ik de etiketten nog te lezen/vertalen, maar dat kostte me zo veel tijd, dat ik het maar bij de bekende weg houd nu.

Tenslotte is er nog één ding dat hier ook echt niet onvermeld mag blijven: doordat zoveel Taiwanezen een huisdier nemen ter vervanging van een kind, zien de dierenwinkels er hier ook uit als supermarkt. Zowel qua grootte als qua assortiment doen ze niet onder voor hun menselijke tegenhanger. Maar het zal misschien duidelijk zijn dat ik al genoeg moeite heb om in de gewone supermarkt mijn boodschappen te vinden, ik ben dus blij dat ik deze dierensupermarkt over kan slaan!

Huiswerk!

Het lijkt erop dat de meeste kinderen in Nederland binnenkort eindelijk weer naar school mogen. Dat betekent dan ook weer de start van het reguliere huiswerk. Ik heb begrepen dat ook online huiswerk gemaakt werd, of is het zo dat al het schoolwerk nu huiswerk … Lees verder Huiswerk!

Subjectieve perspectieven

Hoe langer ik in Taiwan woon, hoe meer ik besef hoeveel verschillende meningen, vragen en oplossingen er zijn voor één en dezelfde situatie. Waar ik eerst nog dacht dat buitenlander zijn of juist local de belangrijkste verklaring is voor deze verschillen, kom ik er meer en meer achter dat dit veel genuanceerder ligt.

Zo namen we onlangs weer eens afscheid van twee ASML-collega’s die inmiddels veilig en Coronavrij teruggekeerd zijn naar Nederland. Op het strand spraken we over onze ervaringen, onder andere over de verschillen in opvoeding tussen Taiwanese en Nederlandse kinderen. Wanneer ik met Floris en Felix op stap ben, ben ik ze regelmatig kwijt. De wereld moet ontdekt worden, een trap is er om beklommen te worden en die deur kan open (ja, ook als dan het alarm afgaat). Taiwanese kinderen daarentegen zitten in mijn ogen altijd braaf stil.

Maar wat blijkt? Lang niet iedereen ervaart dat zo. Sommige buitenlanders vinden de Taiwanese kinderen juist slecht gemanierd, te verwend of hoe je het wil noemen. Misschien komt het doordat je je eerder bezwaard voelt als je zelf in jouw ogen luidruchtige kinderen bij je hebt? Of doordat Taiwanezen hun kinderen graag stil houden door ze een snoepje in de mond te geven, een methode waar ik erg op tegen ben? Hoe het ook zij, uiteindelijk is elk kind natuurlijk uniek, daar kan geen opvoeding of cultuur verandering in aanbrengen!

Een heel ander onderwerp waar perspectief een grote rol speelt, is het nieuws. Ik volg het (Taiwanese) nieuws hier voornamelijk via Engelstalige nieuwssites. Daarover heb ik inmiddels twee dingen geleerd: 1. De redacties van deze sites zijn alle gehuisvest in Taipei en 2. De doelgroep van deze sites zijn voornamelijk Aziatische “migrant workers”. Dit betekent nogal iets voor het perspectief van waaruit het nieuws gebracht wordt.

Voor wat betreft ontdekking 1: het perspectief van verslaggevers is erg ‘grootstedelijk’, vergelijkbaar met de situatie van Amsterdam in Nederland. Oftewel: wanneer er nieuws is uit Taipei, wordt de locatie daar tot in detail bij vermeld, soms zelfs tot op het niveau van de straatnaam. Is er echter nieuws uit (bijvoorbeeld) Tainan, dan wordt er gesproken over ‘ergens in het zuiden van Taiwan’.

Wat ontdekking 2 betreft betekent dit vanzelfsprekend dat het nieuws geselecteerd wordt op nieuwswaarde specifiek voor migrant workers. Zo is er relatief veel nieuws over bijvoorbeeld visa en openbaar vervoer en relatief weinig nieuws over landen buiten Azië. Overigens staat het nieuws ook vol met informatie over de beurs en aandelen, dat kan ik nog steeds niet helemaal plaatsen (weet iemand wel waarom dit zo is?).

En nog even over die migrant worker. Wat is eigenlijk het verschil tussen een migrant worker en een expat? Vanuit mijn perspectief zijn het beiden buitenlanders die naar Taiwan (of een ander land uiteraard) komen voor werk. Ik dacht tot voor kort dat het verschil is, dat een expat gestuurd wordt door zijn werkgever, terwijl een migrant worker zelf besluit in het buitenland op zoek te gaan naar een baan. Maar hoe meer ik erover opzoek, hoe minder ik hiervan overtuigd ben.

Zo vond ik deze column. De schrijver, Mawuna Koutonin, beweert dat de titel “expat” slechts voorbehouden is aan (blanke) Europeanen, zodat zij zich “boven de rest” kunnen plaatsen. De rest van de wereld, de “inferieure rassen”, zijn “immigrant”. Nu heb ik inmiddels wat meer columns van zijn hand gelezen en, hoe zal ik het zeggen, hij drukt zich graag uit in extremen. Aan de andere kant, ik vond ook dit artikel. Geschreven vanuit een ander perspectief, maar grotendeels gebruik makend van dezelfde bronnen, waaronder The Guardian. In dit artikel wordt Mawuna zelfs letterlijk geciteerd. En ook hier is de conclusie: de termen kennen hun oorsprong in de tijd van kolonies en blanke overheersing/suprematie.

Het artikel dat ik net noemde, gebruikt een interessante grafiek van linguisticpulse.com, zie hieronder. Deze website heeft onderzoek gedaan naar bijvoeglijke naamwoorden die relatief vaak voorkomen in de nabijheid van respectievelijk de woorden “expat” en “immigrant”. Dit overigens naar aanleiding van het artikel van Mawuna, dat blijkbaar veel heeft losgemaakt. En ja hoor, ook hieruit blijkt weer dat de termen wel degelijk een onderliggende associatie hebben met ras, sociale klasse en rijkdom.

Daarnaast bevat het bijbehorende artikel echter een interessante paragraaf, die mij juist tot immigrant zou maken: “It is expected that expats will maintain ties with their countries of origin (ok, dat doe ik), often travelling back and forth between new and old homes (dat doe ik niet, maar ja, wie doet dat tegenwoordig nog wel?) Many expats will not learn the language of the host country or at least not learn it well (oeps, dat heb ik wel gedaan). They often avoid and remain ignorant of the foods, the traditions, and the people of the country they now live in (o jee, toch te weinig aan ‘social distancing’ gedaan). Instead, local governments and business people often have strong incentive to cater to elite expats’ desire for communities that are largely separate from the rest of the host country (hier in Taiwan lijkt het alsof ASML een Taiwanees bedrijf is, zonder ook maar enige aandacht voor bijvoorbeeld Nederlandse feestdagen of cultuur. Een expat community is er in Tainan al helemaal niet).”

Zo leer ik weer een hoop. Maar om met iets luchtigers af te sluiten: gezien vanuit het perspectief van de ouderen geldt hier: zolang je nog in staat bent om je eigen scooter te vinden, ben je ook in staat om erop te rijden! Ik houd elke keer mijn hart weer vast bij het zien van de oudjes, waarmee ik tegenwoordig vrijwilligerswerk doe. Ze strompelen de activiteitenzaal binnen, maar verlaten het terrein wel per scooter!

Over kakkerlakken, wespen en vlinders

In de straten van Tainan is het altijd druk. Ik heb het al eerder geschreven: 24 uur per dag rijden hier duizenden scooters en auto’s, af en toe komt een verdwaalde fiets voorbij. Maar eens in de zoveel tijd is het nóg een beetje drukker op straat: dan worden de putten en afvoeren volgespoten met gif (denk ik?) en komen er duizenden kakkerlakken (蟑螂; zhāngláng) naar boven.

De eerste keer dat ik het meemaakte, liep ik op mijn slippertjes tussen de grotendeels nog levende insecten. De vriendin die naast mij liep, kon alleen nog maar gillen! Inmiddels ben ik eraan gewend dat ik af en toe een dagje om de kadavers heen moet slalommen. Grote voordeel is dat die lijkjes snel weer verdwijnen en je daarna voorlopig nauwelijks meer last hebt van kakkerlakken.

Dat is wel anders met muggen (蚊子; wénzi). Doordat het hier nooit echt koud is, kun je ze het hele jaar door tegenkomen. Het zijn er niet eens heel veel, maar je moet er overal op bedacht zijn. In onze tas zit dus altijd een flesje muggenspray. En als we de natuur ingaan, spuiten we uiteraard preventief. Vaak komen we er dus zonder muggenbulten vanaf, maar regelmatig is er toch één mug ons huis binnengedrongen die zich tegoed doet aan (meestal) Floris of Felix…

Voordat ik de indruk wek dat het hier qua insecten kommer en kwel is: we kwamen laatst als expats onderling tot de conclusie dat de situatie helemaal zo slecht nog niet is. Die kakkerlakken verdwijnen weer, de muggen zijn te bestrijden. Maar een groot voordeel hier: er zijn nauwelijks wespen (黃蜂; huángfēng)! Wel zo fijn met al het lekkere fruit dat je hier op straat kunt eten. Daar komen dan wel weer mieren (螞蟻; mǎyǐ) op af, maar die worden door de jongens juist als reuze interessant ervaren.

En nog zo iets moois: vlinders (蝴蝶; húdié) zijn er hier ook in overvloed. Groot en kleurrijk en het hele jaar door zijn ze te vinden. En wat tenslotte ook opvalt zijn de slakken (蝸牛; guāniú), die na een goede regenbui overal tevoorschijn komen. Deze zijn ook vaak enorm groot! Maar, in tegenstelling tot de kakkerlak die overal op kan duiken, blijft deze glibberige vriend gelukkig bijna altijd op de begane grond.

Conclusie 1: de insecten zijn hier groot, mooi, talrijk en anders dan in Nederland. Genoeg te ontdekken dus nog voor ons! Conclusie 2: de Chinese taal is erg consequent! Zoek hierboven maar het teken dat in elke insectennaam voorkomt. Kleine tip: je spreekt het uit als ‘chóng’ en het betekent… insect!

Bezweken onder de druk van het systeem

‘Twee studenten in Tainan overleden door zelfdoding’, was hier onlangs in het nieuws. Maar groot nieuws is het helaas al lang niet meer. Zelfdoding onder scholieren en studenten komt hier vaak voor, net zoals in vele andere Aziatisch landen. De druk om te presteren is hier zo enorm groot, dat studenten het vaak simpelweg niet meer trekken en geen andere uitweg meer zien dan uit het leven te stappen.

Ik ben hier natuurlijk niet lang genoeg om volledig te kunnen begrijpen hoe de samenleving van Taiwan in elkaar zit. Maar op het gebied van onderwijs heb ik inmiddels een aantal dingen meegemaakt en gezien en helaas stemmen mij die over het algemeen niet vrolijk. Uiteraard zal het verschil in cultuur hierin een rol spelen, maar het lijkt er op dat hoe langer hoe meer Taiwanezen ook tegen het systeem in opstand komen.

Veel Taiwanese gezinnen bestaan uit moeder, vader en één kind. Voor zover ik weet is de éénkindpolitiek hier nooit doorgevoerd, dus daar ligt het niet aan. Dat er niet meer kinderen komen, komt vaak doordat ouders daar geen geld en/of tijd voor hebben. Een groot deel van de tijd gaat op aan heel hard werken. En dan is er nog een ander fenomeen: steeds meer gezinnen bestaan uit moeder, vader en huisdier. Want een huisdier is nu eenmaal goedkoper en vraagt (relatief) minder aandacht. Vaak is dit huisdier een hond, die vervolgens als een heuse baby in een ‘kinderwagen’ overal naartoe gereden wordt!

Maar terug naar de kinderen. Of beter gezegd: terug naar dat ene kind. Dat betekent één kans op een mooie toekomst. En dus projecteren Taiwanese ouders al hun hoop, verwachtingen en dromen op dat kind. Met als gevolg dat het kind al van jongs af aan moet presteren. Niet alleen tijdens de reguliere schooltijd, die al vanaf het begin gevuld wordt met les in onder andere Chinese karakters, rekenen en Engels (zo kreeg Felix met zijn nét twee jaar oud al huiswerk mee en kan hij sommige karakters al lezen). Maar ook ná de reguliere schooltijd, wanneer vrijwel elk Taiwanees kind naar extra lessen muziek, Engels of sport gestuurd wordt. Er bestaan hiervoor speciale klassen/scholen: 補習班, bǔxíbān. Vaak bepalen de ouders ook welke vervolgstudie het meest ‘geschikt’ is voor hun kind.

Welke les het ook is, steeds wordt het kind gestimuleerd de maximale score te halen. Een hoog cijfer is niet goed genoeg, het moet perfect zijn. Dit is in grote delen van Azië hoe het werkt, getuige ook de cartoon die ik laatst vond van de hand van een Chinese dame die ook veel tijd doorbracht in Europa en Amerika (zie hieronder). Vaak ook worden de resultaten van alle studenten op score gerangschikt en weet je dus de ‘nummer hoeveel’ van je klas je bent. Zo is dus niet het cijfer belangrijk, maar je positie ten opzichte van de rest!

Geen 100 procent score…

Wat opvalt is dat discipline en volhardendheid hier vaak belangrijker gevonden worden dan talent. Met andere woorden: als je er maar genoeg tijd in stopt, kun je alles leren. En dat is dus wat veel Taiwanese kinderen (moeten) doen. De resultaten liegen er over het algemeen niet om, veel Taiwanezen zijn hoogopgeleid en internationaal gezien scoren de onderwijsresultaten hoog. Kleine kanttekening: deze resultaten bestaan puur uit cijfers, examenresultaten etc. En zeggen dus weinig over bijvoorbeeld de daadwerkelijke vaardigheden van een student.

De prijs die voor deze resultaten betaald wordt is in mijn westerse ogen veel te hoog. Waar is de tijd dat kinderen buiten kunnen spelen? Even niks hoeven en uit kunnen rusten? Sociale vaardigheden leren? Of simpelweg hun eigen talenten en interesses mogen ontdekken? Daarnaast is er nog een tweede, meer praktisch probleem: er zijn inmiddels zoveel hoog opgeleide Taiwanezen, dat het aantal banen op niveau hier ver bij achter blijft. In de praktijk hebben vele Taiwanezen dus een baan die niet past bij hun opleidingsniveau. Nu is dit niet per definitie een probleem, maar je kunt je de teleurstelling voorstellen wanneer je na jaren van keihard studeren genoegen moet nemen met een baan die je niet voor ogen had.

Maar dat gaat tenminste nog over die Taiwanezen die het redden tot het einde van hun studie en die überhaupt een baan vinden. Want een aantal studenten zal de arbeidsmarkt helemaal nooit betreden: ze plegen voortijdig zelfmoord. De druk wordt te hoog, de studie te moeilijk, of het humeur van de ouders te slecht. Deze studenten vinden dat ze falen en zien geen andere uitweg dan een einde te maken aan hun leven.

Ik heb geprobeerd concrete cijfers te vinden over de situatie hier, maar dat is me helaas niet gelukt. Voor wie geïnteresseerd is in meer heb ik wel een aantal andere bronnen:

Drie Taiwanese studenten in gesprek met elkaar

Een vader die zich afvraagt of zijn dochter naar een Taiwanese of een Britse school zal gaan

En niet te vergeten de Netflix-serie ‘你的孩子不是你的孩子’, ook te vinden onder de Engelse titel ‘On children’. Ik heb zelf tot nu toe de eerste twee van in totaal zes delen gekeken en het maakte me echt een beetje verdrietig…

Taiwan, wat weet jij ervan?

Het zit erop, geen Chinese lessen meer voor mij! Nu begint het praktijkgedeelte: hoe goed begrijpen de Taiwanezen op straat mij nu en hoe goed begrijp ik hen? Maar behalve de taal zijn er voor mij nog steeds veel dingen moeilijk te volgen hier in Taiwan. Daarom hierbij een test: begrijpen jullie Taiwan inmiddels wel?


1. Wanneer een Taiwanees iets nieuws koopt…

A. … laat hij dit zo lang mogelijk in het plastic zitten, zelfs wanneer hij het al in gebruik heeft genomen. Niet alleen voor de hand liggende dingen als koekjes en snoepjes, maar ook de nieuwe lamp aan de muur of het whiteboard in het klaslokaal.

B. … stalt hij dit op een goed zichtbare plek uit. Taiwan maakt een snelle ontwikkeling door en als je het je kunt veroorloven moderne, dure dingen te kopen, wil je dat aan iedereen laten zien! En daarna ook met iedereen delen.

C. … neemt hij het eerst mee naar de tempel om de zegen van goden en voorouders te krijgen. Krijgt hij die zegen niet, dan zal hij de spullen ruilen of weggeven. Toch gebruiken brengt namelijk ongeluk.


2. Hoe smaakt het gerecht op de foto?

A. Zoet, het is een dessert met witte chocolade en caramel.

B. Zout, het is een bijgerecht met onder andere ei en tofu.

C. Heet, het is een voorgerecht met tofu en rode pepers.


3. Wat is de ergste straf die je kunt krijgen wanneer je fout parkeert in de garage van ASML?

A. Je naam + je daad worden binnen het hele bedrijf gecommuniceerd. Het is een schande wat je gedaan hebt!

B. Je recht op een parkeerplek wordt je voor een maand afgenomen. Zo moet je buiten de garage parkeren en heb je tijdens het lopen naar kantoor tijd om je zonde te overdenken.

C. Je moet bij je leidinggevende langskomen en die legt je nog eens in detail uit wat de spelregels van parkeren zijn. Aangezien hij hoger staat in de hiërarchie luister je sowieso naar hem.


4. Welk produkt is in Taiwan niet te koop?

A. Zure matten (snoep). Die nostalgie moet je toch echt in Nederland zoeken.

B. Stroopwafels. Echt iets om naar uit te kijken wanneer we weer naar Nederland gaan!

C. Wattenschijfjes. Het heeft geen zin om te zoeken naar een ronde verpakking, want daar doen ze hier niet aan.


5. Wat bedoelen ze in Taiwan met een ‘payment receipt’?

A. Een ‘payment receipt’ natuurlijk. Dat wil zeggen een bewijs dat je betaald hebt.

B. Een ‘payment reminder’. Een vriendelijk doch dringend verzoek om nu echt eens die rekening te betalen.

C. Een ‘invoice’. Dat wil zeggen dat je nog moet betalen.


6. Nog een vraag in de categorie ‘betalingen’. Puur hypothetisch: stel, je koopt een scooter, maar je betaalt per ongeluk de bijbehorende maandelijkse kosten voor de batterij niet. Dan…

A. … krijg je na een maand een ‘payment reminder’. Na twee maanden krijg je de volgende. Na drie maanden stoppen ze je abonnement, zodat je niet meer verder kunt rijden. Gelukkig kun je dit na betalen van een boete weer ongedaan maken.

B. … gebeurt er een jaar lang niks. Na een jaar krijg je bij het verwisselen van de batterij een melding dat het nu echt wel eens tijd wordt om te betalen. Wanneer je dan 12 maanden in één keer betaalt, kun je weer probleemloos verder rijden.

C. … gebeurt er niks. Je rijdt gewoon lekker door, maar voelt je wel schuldig dus besluit toch maar na te gaan waar het mis gegaan is.


7. Wat kun je hier mee het stadion innemen wanneer je naar een honkbalwedstrijd gaat kijken?

A. Niks. Er wordt heel streng gecontroleerd.

B. Eten en drinken. Dat mag je in Taiwan vrijwel overal mee naar binnen nemen, zelfs wanneer je bijvoorbeeld een restaurant binnen gaat.

C. Een enorme ventilator, want het kan heet zijn op de tribune!


8. Wat was dit jaar in Taiwan een enorm populair vaderdagcadeau?

A. Een vlucht in een Hello Kitty-vliegtuig naar nergens. Gewoon om in Corona-tijden de vliegervaring weer eens mee te kunnen maken, kon je inchecken, opstijgen en weer op dezelfde plek landen.

B. Een pakket met matchende t-shirts voor het hele gezien, zodat iedereen kan zien welke fantastische familie bij jou hoort!

C. Een georganiseerde groepsreis voor papa’s plus familie naar een aantal hotspots in Taiwan, om ondanks de Corona toch weer een beetje het reisgevoel te krijgen.


9. In Taiwan kun je in elke 7-eleven (convenience store)…

A. … eten en drinken kopen, slapen, tickets voor o.a. de trein en sportwedstrijden kopen, vaste lasten betalen.

B. … geld pinnen, naar het toilet gaan, mondkapjes bestellen en ophalen, een taxi bestellen.

C. … toiletartikelen kopen, pakjes ophalen, een telefoonabonnement afsluiten, kopiëren.


10. Waaraan kan ik merken dat ik Taiwanees begin te worden?

A. Ik vind rijst en noodles als ontbijt gewoon en kijk vreemd op wanneer er opeens boterhammen op mijn bord liggen.

B. Iemand uit Nederland vraagt me of er nog bijzonderheden zijn en ik vergeet te vertellen dat er diezelfde dag 6 aardbevingen hebben plaatsgevonden in Tainan.

C. Ik haal links en rechts in en verleen geen voorrang meer aan voetgangers.


En dan hier: de antwoorden. Mocht je interesse hebben in het achterliggende verhaal, laat dan vooral een berichtje achter!

1A 2B 3A 4C 5C 6B 7BC 8A 9A 10B

Zeg mondkapje, waar ga je hene?

Inmiddels zijn we hier al 55 dagen zonder nieuwe Coronabesmettingen en liggen er nog slechts 7 besmette personen in het ziekenhuis. Langzaamaan beginnen landen hun grenzen weer open te stellen voor buitenlanders, maar Taiwan is hier vrijwel nooit bij. Dat blijft toch politiek te ingewikkeld?

Hoe het ook zij, Taiwan is al een tijdje terug een charmeoffensief begonnen richting de rest van de wereld, met de boodschap ‘Health for all, Taiwan can help’. Een belangrijk onderdeel hiervan is het leveren van mondkapjes aan het buitenland. Omdat Taiwan de ernst van de situatie al heel vroeg inzag, is de productie van mondkapjes (口罩)hier al snel opgeschaald. Met als gevolg dat er hier nooit een tekort geweest is en er al snel ook mondkapjes aan het buitenland geleverd konden worden.

Sinds kort zijn we weer een stap verder: er is tijd voor leuke designs op de ‘standaard’ mondkapjes. En dat blijkt buitengewoon interessant voor de mondkapjesminnende Taiwanees: zowel online als in de fysieke winkels waren deze binnen enkele minuten uitverkocht. Toegegeven, ze zijn grappig. Maar om nu in de rij te gaan staan voor een fashionable wegwerpartikel? Ik begrijp het niet. Lekker dicht op elkaar in de rij staan, om iets te kopen dat besmettingen moet voorkomen, terwijl je dat ook kunt voorkomen door niet te dicht op elkaar te gaan staan…?

Overigens verandert het beleid voor het kopen en ophalen van mondkapjes hier voortdurend. Konden we eerst alleen maar naar de apotheek, waarbij het eindcijfer van je verzekering bepaalde op welke dagen je kon gaan (oftewel: Wouter en ik niet tegelijk), tegenwoordig kun je ook bij een convenience store vooruit bestellen. Al is ons dat tot nu toe niet gelukt, want ook daarvoor gelden weer allerlei regels die wij blijkbaar niet goed toepassen!

Het lijkt er gelukkig op, dat de maatregelen snel versoepeld zullen worden en mondkapjes worden nu al op steeds minder plekken verplicht gesteld. Op de universiteit geldt de verplichting nog wel, maar de praktijk is inmiddels dat je het kapje één minuut opzet zodat je het gebouw in mag, om het vervolgens weer in je tas op te bergen voor de volgende dag.

Hoe het ook zij, gelukkig lijkt de Corona-situatie hier onder controle en het lijkt erop dat dat op steeds meer plekken zo is. Nu dus maar hopen dat we op korte termijn alsnog ons bezoek aan Nederland kunnen gaan plannen!

Van die kleine dingen…

Terwijl de wereld in de ban is van “dat ene grote ding”, blijven mij hier in Taiwan een heleboel kleine dingen opvallen. Inmiddels zijn we al over de helft van ons verblijf hier (althans, dat denken we!), maar nog steeds voel ik me vaak toeschouwer. Of misschien is ‘observeerder’ wel een betere term. Ik zie kleine dingen en maak kleine dingen mee die voor een Taiwanees heel vanzelfsprekend zijn, maar die mij nog steeds verbazen.

Bijvoorbeeld: het is vrijdagmiddag, iedereen heeft hard gewerkt en/of gestudeerd, tijd voor ontspanning dus. Als Nederlander denk ik dan: tijd voor een lekker drankje, met vrienden op een terras of in de kroeg. Maar dat gaat hier zomaar niet. Een Taiwanese kroeg, als je er al één vindt hier in Tainan, opent haar deuren pas om 22u. Of beter gezegd: de deur is vaak wel open, maar de kroeg is dan nog een (alcoholloos) restaurantje. Wat drinken voor ons is, is eten voor de Taiwanees. Waar wij prima wat kunnen drinken zonder te eten, kan een Taiwanees prima iets eten zonder te drinken.

En over eten gesproken: friet/patat is hier een ontbijt. Talloze ontbijt-/lunch-/brunchtentjes serveren een hamburger met friet. Lang niet zo lekker als een echte ‘westerse’ hamburger, maar het wordt hier wel verkocht. Maar o wee, mocht je na 14.00u zin hebben in dergelijk eten, dan sta je hier letterlijk voor een dichte deur!

IMG-20200330-WA0003
Floris past zich goed aan aan de omgeving

 

Wat dan wel weer erg fijn is: de ongelofelijk lage prijzen van eten en drinken hier. Ik schreef er al eerder over, maar het blijft me regelmatig verbazen. En het allerfijnste: je wordt niet bedonderd. Ook wanneer je naar een pretpark of een dierentuin gaat, zijn de prijzen daar binnen laag. Geen verdriedubbeling omdat ze weten dat er geen alternatieven zijn, nee, gewoon dezelfde prijs als ‘buiten’.

Waar ik ook al eerder over schreef, is het verkeer hier. Ik blijf me minimaal één keer per week verbazen aan het gebrek aan ruimtelijk inzicht/respect voor fietsers/geduld van automobilisten. Ik weet nog steeds niet zeker welke van deze drie de echte veroorzaker is van het feit dat ik regelmatig doodsangsten uitsta, omdat de auto links naast mij besluit rechtsaf te slaan zonder rekening met mij te houden. Alsof ik niet besta en vaak ook zonder richting aan te geven komt de auto naar rechts. Tot nu toe heb ik steeds uit kunnen wijken, kunnen remmen of soms besefte de bestuurder alsnog dat hij toch niet door me heen kon. Maar er komt een keer dat dit fout gaat…

Wél een welkome aanvulling op het verkeer is onze roze vriend de Gogoro. Wouter gaat er tegenwoordig regelmatig mee naar zijn werk (hij werkt nu overigens vanwege de Corona grotendeels thuis), Floris wordt er graag op naar school gebracht en ook ik maak inmiddels soms een ritje. En het humeur van de Gogoro is een stuk beter dan dat van mij op de fiets: hij zingt ‘happy birthday’ voor je op de dag dat je jarig bent!

Er is tenslotte nog één ‘dingetje’, dat voor Taiwanezen niets voorstelt, maar voor mij een kwelling is: rijen. Voor een Taiwanees is in de rij staan net zoiets als naar het toilet gaan: het hoort erbij. In de rij staan voor het toilet dus ook. Of voor de lunch. Voor het kopen van mondkapjes. De Corona-temperatuurcheck. Een Taiwanees pakt zijn telefoon, kijkt een filmpje, checkt Instagram en wacht geduldig af. Bij mij gebeurt er echter iets heel anders: ik krijg allemaal ideeën om dergelijke processen te verbeteren en daarmee de rijen te beperken. Maar de grap is: dat wil een Taiwanees helemaal niet! Wachten hoort er gewoon bij. Ik oefen dus maar met wachten op de dag dat een Taiwanees mijn geniale ideeën wil horen…

 

 

 

 

De familie Mondkap

Nederland is sinds kort in de ban van het Coronavirus, maar Taiwan was dat natuurlijk al wat langer. China ligt hier nu eenmaal om de hoek. Voor de geïnteresseerden: in Taiwan werd de eerste besmetting op 21 januari vastgesteld, inmiddels zijn er 42 gevallen bekend (3 maart 2020). In Nederland werd de eerste besmetting op 27 februari vastgesteld en staat de teller inmiddels op 24.

Wat me opvalt is dat wij al tijden allerlei vragen krijgen van mensen in Nederland. Van “Merken jullie iets van het virus?” en “Is het eng daar?” tot “Jullie temperatuur wordt toch niet echt steeds gemeten he?” en “Doen jullie mee met die mondkapjesgekte?” Nee, het is hier niet eng; ja, onze temperatuur wordt regelmatig opgenomen en ja, Floris en Felix komen zonder mondkapje de school/opvang niet meer in. Maar ik heb vooral bewondering voor hoe voortvarend de bestrijding van ‘武漢肺炎’ hier aangepakt wordt en hoe goed de informatieverstrekking is. En het lijkt te werken: na 6 weken ‘slechts’ 42 besmettingen vind ik een knappe score. Ik ben benieuwd waar de Nederlandse teller na 6 weken op staat!

De familie Mondkap
Een kleine greep uit onze mondkapcollectie.

 

 

Nu het virus ook in Nederland aangekomen is, lijkt dat de plek waar onnodig paniek gezaaid wordt. Ik kan er natuurlijk niet echt over oordelen, want ik zit hier in Taiwan, maar ik zal een voorbeeld geven waarop mijn gevoel gebaseerd is. Dit is een artikel uit Nederland. Deze kwaliteitskrant stelt “Het aantal besmette personen steeg in korte tijd al naar enkele tientallen. Van veel inwoners wordt vermoed dat ze ook het virus hebben opgelopen.” En zet daarnaast dit stuk, geschreven door een Taiwanees: Taiwan. Het tweede stuk geeft goed weer hoe men zich hier voelt: we gaan dit samen oplossen!

Vooralsnog maak ik me dus geen zorgen. Ik was mijn handen extra vaak en goed, zorg ervoor dat Floris en Felix dat ook doen en laat ze hun mondkapje dragen naar school/opvang. Ze zijn er inmiddels zo aan gewend, dat met name Felix nogal eens boos wordt als ik het kapje na de opvang af probeer te doen!

Ik denk zelfs, dat de virusuitbraak uiteindelijk ook een positief gevolg kan hebben voor Taiwan. Steeds meer landen zien in dat het niet logisch is om Taiwan als onderdeel van China te zien (al worden in de meeste statistieken de Covid-19 gevallen in Taiwan nog steeds meegerekend in de aantallen voor China) en te weren uit organisaties als de WHO. Wellicht kan het virus dus nog íets nuttigs doen en Taiwan helpen aan de status die het in mijn ogen verdient!

 

 

 

Taal is zeg maar echt een ding

En toen was het plotseling een tijdje stil op deze website… Niet omdat er niets te vertellen is, niet omdat er heftige dingen aan de hand zijn, maar simpelweg doordat alles hier steeds zo veel tijd blijft kosten, dat er weinig tijd overblijft voor een goed verhaal. En net wanneer ik denk ‘nu gaat het lukken’, word ik ziek. Moet er nog iets geregeld worden voor de feestdagen (die hier overigens niet bestaan, maar wel gevierd worden). Worden we uitgenodigd voor een bruiloft. Is er… enzovoort.

Maar die taal dus. Je hoeft me maar een heel klein beetje te kennen om te weten hoe belangrijk taal voor mij is. En dan vooral de Nederlandse taal, mijn moedertaal, de taal waarin ik me precies zo kan uitdrukken als ik wil. (Terwijl ik dit schrijf, bekruipt me de angst dat iemand een fout ontdekt in deze tekst en me dat lekker in gaat wrijven…). Ik heb echt onderschat hoe vermoeiend ik het vind om de hele dag door te praten in een taal die niet mijn moedertaal is. Op dit moment is dat ongeveer 50 procent Chinees, 50 procent Engels. En natuurlijk lukt dat best, maar het kost een berg energie.

’s Avonds en in het weekend heb ik natuurlijk de gelegenheid (= 機會) om met mijn mannen Nederlands te praten, maar omdat het zo druk is, zijn het met Wouter op dit moment vooral praktische gesprekken. Floris lijkt geen enkele moeite te hebben om continu te schakelen tussen Nederlands, Chinees en Engels. En ook Felix lijkt het weinig uit te maken: die stoot de meest vreemde klanken uit, waar nog steeds geen taal van te maken valt.

Mijn medestudenten hebben na de lessen tijd om samen huiswerk te maken en verder te praten in het Chinees. Ook dat had ik onderschat: Chinees is hier de enige taal die we samen kunnen spreken. Zoals ik al eerder schreef, vind ik het opvallend hoeveel jonge (met name) Aziaten echt geen woord Engels spreken, of welke andere taal dan hun moedertaal dan ook. Ik heb die naschoolse oefenmogelijkheid niet echt, aangezien er hier ook nog een huishouden te runnen is. Dat betekent dat ik steeds vaker merk dat mijn woordenschat een stuk kleiner is dan die van mijn medestudenten. Op zich geen probleem, in de les kom ik prima mee, maar het is toch een stuk gezelliger wanneer je begrijpt wat je klasgenoten na de les tegen je zeggen!

Aan de andere kant: de meeste ‘vrouwen van’ doen het hier met 1,5 uur Chinese les aan huis per week. Ten opzichte van hen heb ik dus zeker wel een voorsprong. Wacht maar tot ik terug naar Nederland kom en jullie allemaal omver blaas met mijn vloeiende Chinees… En nu maar hopen dat de NS interesse krijgen in het kopen van een Chinese trein ;-).